dinsdag 13 mei 2014

Nog wat verder van de bewoonde wereld

Wakker worden in Sagada. Er staat kippenvel op mijn rug, de nachten zijn hier op 1500m hoogte behoorlijk fris. In mijn pyjama loop ik het balkon op (voor 5 euro een kamer met eigen warme douche en balkon, het kan hier!), om te zien dat we zijn opgeslokt door de wolken.
Ralph McTell met zijn Streets of London schalt door een radio, gevolgd door Tracy Chapman en even later Alanis Morissette. De typische muzieksmaak van vele Filipino's, liefst gecoverd en liefst overal hoorbaar. Als ik deze muziek thuis weer hoor, denk ik ongetwijfeld terug aan hier. Aan de vele ritten door de ruige bergen met deze muziek op de achtergrond, aan kleine winkels en aan wakker worden in Sagada.

Gisteren kwam ik hier aan. Ik zou 's ochtends om 8.30h met de rechtstreekse minibus uit Banaue mee gaan, maar toen het erop aan kwam ging het ding niet. Er waren zeven reserveringen (het minimum voor een rendabele rit), maar er kwamen maar vijf mensen opdagen. De chauffeur weigerde te vertrekken. De vier anderen stapten na lang wachten over op een grote roestige rammelbus. De chauffeur daarvan moest stenen voor de wielen leggen om hem op de handrem te houden, er zaten zeker twintig mensen bovenop, ik zag iemand met twee halfdode kippen zitten en op de voorkant stond ter compensatie 'Jesus Saves You' geschilderd. Ik had daar bij in kunnen stappen, was vast een leuk verhaal geworden, maar mijn eigen veiligheid stond net iets hoger op de ladder, dus ik bleef achter in Banaue.

Met een andere minibus ging ik rond 12.00h alsnog op weg. Eerst naar Bontoc, vanwaar ik een jeepney naar Sagada kon nemen. De route naar Bontoc was volledig verhard, adembenemend mooi en voorzien van de nodige landslides. Halverwege haalden we de langzame rammelbus in, ik moest er stiekem wel om lachen. In Bontoc ging mijn bagage bovenop de jeepney, samen met een stuk of tien mannelijke passagiers. Ik kreeg binnen een plaatsje en zo slingerde en hobbelde ik de laatste veertig minuten naar Sagada.

Sagada is een typsich backpackersdorp. Je kunt hier Westers eten (French fries! Pasta met groente! Cheesecake!), kruidige 'mountain tea' met honing drinken, yoghurt als ontbijt nemen en genieten van de rust. Het stikt hier van de muggen en vliegen, er is geen pinautomaat, service in restaurants en cafés bestaat niet (tip: pak zelf een menukaart, geef aan de bar door wat je wilt hebben en kweek intussen wat geduld), 's avonds breekt een heus krekelorkest los waar alleen oordopjes tegen helpen.

De komende dagen ga ik op zoek naar de hangende grafkisten waar deze omgeving bekend om staat. Vanaf mijn balkon zie ik rijstvelden en een klein dorpje, voor een andere wandeling. Tussendoor neem ik bergthee met citroentaart, snuif ik nog maar eens wat frisse lucht en bedenk me dat deze reis met de dag leuker wordt. Hoe moeilijker te bereiken, hoe mooier de plaatsen worden. Tot nu toe gaat dat zeker op.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen