maandag 4 augustus 2014

Cianjur

Ik was blij dat ik woensdag een mailtje terug kreeg van Yudi van Cianjur Adventure. Hij had een slaapplek voor me in het 'homestay program', zaterdagochtend kon ik worden opgehaald vanuit Jakarta. Ha, ik had vervoer de stad uit én een bed voor minimaal drie nachten!

De door hem opgezette organisatie plaatst toeristen bij een gastgezin in Cianjur. Voor 250.000 rupiah (16 euro) per dag krijg ik een bed, drie maaltijden en drinken bij een familie thuis. Hij wil toeristen op een toegankelijke manier kennis laten maken met de Soendanese/Javaanse cultuur, wat mij betreft is hij daar zeker in geslaagd.
Cianjur ligt van de gebaande paden af. Behoorlijk van de gebaande paden af. Toeristen gaan vanaf Jakarta of Bogor rechtstreeks naar Bandung en mensen zien hier duidelijk niet elke dag een vreemdeling of 'bule' voorbij lopen. Er wordt hier veelvuldig 'bule!' naar me geschreeuwd, het betekent eigenlijk niets meer dan 'blanke!'. Best raar, in Nederland is het ondenkbaar dat we 'zwarte!' naar iemand schreeuwen, maar de omgekeerde situatie is hier heel normaal...

De dag dat ik aankwam kon ik 's middags met twee Denen en een Zwitser mee die naar het stuwmeer gingen. In een angkot busje hobbelden we naar het meer, waar we net iets te vaak op de foto moeten met nieuwsgierige Indonesiërs. Het leuke is daar inmiddels wel vanaf, we blijven maar gewoon glimlachen. Met een bootje varen we het meer over, langs de oevers wonen ongeveer 100.000 mensen in drijvende huizen, imposant om te zien. In het midden zijn drijvende viskwekerijen, voornamelijk koi karpers om te verhandelen. We mogen de koi voeren en vragen ons af met hoeveel ze in een net zitten... het zijn er echt bizar veel!

Ik slaap in het huis van Yudi en zijn vrouw, gelegen in een kleine kampong aan de rand van Cianjur. De moskee aan de overkant wekt me 's ochtends nogal luidruchtig om 4.30h, daarna val ik weer in slaap tot zeven uur. Om acht uur is er ontbijt: nasi uduk (rijst met sambal, een paar snippers gebakken ei en een pasteitje) en natuurlijk de thee die hier overal groeit. Ik dwaal wat door de rijstvelden om de kampung, schud veel handen, oefen mijn taalkennis en ben rond lunchtijd weer terug voor een nieuw bord eten, elke middag iets anders. Zondagmiddag zat ik met een boek voor het huis. 's Avonds eten we met de reizigers die bij andere gastgezinnen slapen gezamenlijk aan tafel bij Yudi. De nacht begint hier bijna net zo vroeg als de dag begon.

Vadaag zou ik naar de theeplantage, maar na een telefoontje bleek vanochtend dat de plantage t/m woensdag dicht was wegens de Idul Fitri vakantie. Helaas. Uiteindelijk ging ik met twee anderen en gids David in de angkot naar het centrum. Hij liet ons eerst een prachtig Nederlands huis zien waar nog de originele jaren '20 meubels stonden, daarna naar de school aan de overkant (eveneens een Nederlands gebouw), door naar de meest ranzige markt die ik ooit zag (echt, dit overtrof zelfs India), daarna liet hij ons het regionale ziekenhuis zien waar bij de Eerste Hulp de verkeersslachtoffers binnen kwamen (mwoah, ik hoef hier niet zo nodig een ongeluk denk ik...) en als laatste zijn eigen huis, ook door Nederlanders gebouwd. Intussen leer ik hier mijn eerste woorden Soendanees, de regionale taal hier, en merk dat mensen nog veel enthousiaster reageren als je ze in hun eigen taal begroet in plaats van Bahasa Indonesia.

Cianjur is absoluut een bezoek waard, maar wat mij betreft is de charme van hier vooral het feit dat er geen toerist komt en dat mensen daarom zo enorm enthousiast en nieuwsgierig zijn tegenover deze 'bule' uit Belanda. Ik hoop dat het massatoerisme deze stad voorbij blijft gaan. Cianjur gaat niet om bezienswaardigheden maar om ervaringen. Deze dagen bij Yudi thuis waren echt om nooit te vergeten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen