Posts tonen met het label Filipijnen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Filipijnen. Alle posts tonen

donderdag 2 oktober 2014

Dag Azië, tot gauw!

De zes maanden zitten er al op. Morgen vlieg ik naar Nederland. Morgen! Onvoorstelbaar.
Terug naar Hema en Albert Heijn, naar mijn naaimachine en keuken. Terug naar mijn fiets en naar georganiseerd verkeer. Zomaar wat kleine dingen die ik miste. Maar ik mis ze nog niet zo heel erg, ik zou nog wel een maand of wat verder kunnen reizen. Naar Taiwan, Japan of Hongkong.

Terug naar mijn eigen bed. Ik kan me er nog niets bij voorstellen. Het is te ver weg. Vreemde bedden zijn mijn eigen bedden geworden, met mijn eigen wekker en boek ernaast. Vreemde douches werden mijn eigen douche door simpelweg de inhoud van mijn toilettas uit te stallen. Overal had ik vaste cafeetjes en restaurants, waar het personeel me na een paar dagen herkende. Eetstokjes en vingers werden het nieuwe bestek. Thuis is overal waar het comfortabel is.

Azië was geweldig. Dit halve jaar was prachtig. Onvergetelijk. Bijzonder. En te kort.
Ik kan hele waslijsten maken van wat ik ga missen, te beginnen bij streetfood voor een euro, halverwege staat het zoete fruit en aan het eind de oprecht lieve mensen overal. Dan vergeet ik nog honderden andere mooie, leuke, fijne en goede dingen hier. Oh, en het klimaat natuurlijk.

En toch... er zijn ook dingen die in Nederland fijn zijn. Toiletpapier in de pot kunnen gooien zonder dat de riolering verstopt raakt. Geen zorgen om potentieel gevaarlijke muggen. Echte vegetarische maaltijden zonder stiekeme vissaus, verpulverde garnalen of kippenbouillon. Op Buienradar kunnen zien dat het over exact twintig minuten gaat regenen. Een warme douche wanneer ik maar wil. Autogordels. Elke 30 minuten een trein. Een ambulance binnen 10 minuten. Veilig kraanwater. We staan er in Nederland niet altijd bij stil wat we wél hebben.

Maar Azië en Europa zijn niet te vergelijken. De één is niet beter dan de ander. Ook niet slechter. We zijn allemaal mensen en maken overal het beste met wat er voor handen is. In de Filipijnen betekent dat koud douchen bij kaarslicht, in Nederland betekent dat het elektriciteitsbedrijf bellen als er geen stroom is. In Indonesië vertrekt de bemo chauffeur niet voor er genoeg passagiers zijn, in Nederland zijn we boos als de trein een kwartier vertraagd is. We handelen overal ter wereld met wat er beschikbaar is en weten overal wat we wel en niet kunnen verwachten.

De zon schijnt vandaag.
Laat ik er nog maar eens van genieten.
Het voelt bijzonder goed hier.
Morgen is nog heel ver weg.

woensdag 4 juni 2014

Bye Bye Philippines

Na voet aan land gezet te hebben op 8 van de 7000+ eilanden, na 12 boeken gelezen te hebben, na 8 verschillende bedden, na bijna 45 Filipijnse mango's en na 4 flacons muggenlotion is het tijd om de Filipijnen te verlaten.

Het waren 45 geweldige dagen! Ik kwam zonder duidelijk plan naar Manila en vertrok naar plaatsen waarvan medereizigers zeiden dat ze de moeite waard waren. De bergen en rijstterrassen in het noorden hebben veel indruk op me gemaakt, de ruige natuur laat zich duidelijk nooit volledig temmen. Een groter contrast met de smaragdgroene zee rond El Nido was er niet. Het water was kristalhelder, precies zoals in reclamefolders waarvan je denkt dat ze fors door Photoshop gehaald zijn. In de Bacuit archipel bestaat het paradijs. Echt.

Ik begon en eindigde in Manila, maar ik voel me hier nog steeds niet thuis, het komt op mij over als een zielloze grote massa beton. Er is geen fatsoenlijk openbaar vervoer en elke jeepney en taxi staat muurvast in het verlammende verkeer dat zwarte rookpluimen uitstoot. Daarbij is het absoluut niet de veiligste stad op aarde. Waar ik andere Aziatische steden als Bangkok, Ho Chi Minh City en Seoul geweldig vond, kan ik hier in Manila mijn draai niet vinden. Gelukkig was het MNL Hostel een erg fijne plek om dagen op de bank te hangen, zo'n plek die al na een nacht als thuis voelt. Ook geen straf.

Mijn laatste twee dagen spendeer ik noodgedwongen in Manila. Ik laat al mijn kleding nog eens uitwassen door de wasvrouw op de hoek, ik ga in een achterlijk groot winkelcentrum -met zwaar bewapende portiers- op zoek naar een Lonely Planet van Maleisië en verder drink ik thee in het hostel, lak ik mijn nagels brandweerrood, zoek ik de halve stad af voor deodorant zonder whitener -niet gevonden- en brei ik meters wol weg op de bank terwijl ik met een glimlach terugdenk aan de afgelopen anderhalve maand.

Op naar Maleisië!

vrijdag 30 mei 2014

Paradijs, deel 2

Het is bijna onwerkelijk om hier in een bangka door een archipel vol onbewoonde eilanden te varen. Eilanden van hoge karstrotsen steken boven zee uit, op de toppen begroeid met bomen. Kleine parelwitte zandstranden liggen uitnodigend langs de zee die alle denkbare kleuren tussen blauw en groen laat zien. En dan die zee zelf: af en toe zwemt er een grote schildpad voorbij en boven de riffen waar we stoppen om te snorkelen, zwemmen alle gekleurde vissen uit Finding Nemo onder me door. Sommige soorten zijn zo nieuwsgierig, dat ze je bijna aanraken.

Het anker werd uitgegooid in prachtige lagunes en bij verborgen stranden. Veel plekken zijn niet te bereiken met een fotocamera zonder waterdichte behuizing, dus jullie moeten het doen met mijn omschrijving. Een aantal keer gaan we voor anker op plekken waar op het eerste gezicht niet veel meer is dan rotsen en zee, maar als we dan van boord springen en achter de gids aan zwemmen door een smalle opening in de rotsen, is daar ineens een adembenemend blauwe lagune of goed verstopt zandstrand.
Rond lunchtijd gaan we van boord op een verlaten strandje. De bemanning van de bangka maakt een kampvuur en roostert hele vissen, uit de boot komen bakken met koude rijst, rauwkostsalade, watermeloen, ananas en mango's. Intussen nemen we als toeristen nog maar eens een frisse duik (het zeewater is zo'n 29 graden, niet echt fris gelukkig) en spreiden een pareo uit op het witte zand om nog bruiner te worden. We slaken collectief een diepe zucht als de bemanning na anderhalf uur aankondigt dat we verder varen. Het is hier zo mooi... waarom verder varen? Omdat er nog meer moois is, aldus de kapitein!

En zo gaat het hier. Steeds als je denkt de mooiste plek gevonden te hebben, komt er een nieuwe nummer één voorbij. Elke keer denk ik dat het niet nog mooier kan en elke keer moet ik die gedachte weer bijstellen. Het is soms net als in een hele mooie droom, maar dan zonder het moment dat je waker wordt. Het is hier echt.

De betonnen jungle van Manila lijkt eindeloos ver weg, om het maar niet te hebben over het geasfalteerde Nederland en de grijze Noordzee.
Ik hoop dat deze archipel nog jaren verstoken blijft van lelijke gebouwen en expansiedrift van de mens...

dinsdag 27 mei 2014

Paradijs

Eilandhoppen is het beste wat je hier rondom El Nido kunt doen.
De foto's vragen verder geen uitleg toch?

Op de foto's ontbreken: de hawksbill zeeschildpad (in NL karetschildpad volgens google) die voorbij zwom, de rog die over de bodem gleed terwijl ik aan het oppervlak zwom, de vele Nemo-achtige visjes die je zelfs zonder snorkelset goed kon zien en de heerlijke lunch op een onbewoond eiland.

zaterdag 24 mei 2014

Room with a view

Vrijdagochtend ging ik met een minibus van Puerto naar El Nido, helemaal in het noorden van het eiland Palawan. Op naar daar waarvan iedereen zegt dat het paradijselijk is.
Na een rit waarbij vooral het laatste stuk vanaf Taytay uiterst slecht is, was ik rond half 2 bij de busterminal. Dat klinkt weer eens groter dan het is, een zanderige vlakte met parkeerplaatsen is een betere omschrijving.

Ik arriveerde zonder reservering. Ik heb meerdere hotels/guesthouses/resorts gemaild en gebeld, maar niemand gaf antwoord. Nouja, dan niet hoor. Er is in El Nido alleen elektriciteit van ruwweg twee uur 's middags tot een uur of zes 's ochtends. Zoals alle tijden in de Filipijnen zijn ook deze slechts een indicatie. Wifi schijnt minimaal te zijn, en als het werkt wil het hele dorp tegelijk een mail sturen, dat werkt niet.

De afgelopen weken heb ik vooral basic en goedkoop geslapen en hiermee de nodige pesos uitgespaard. Het dagbudget van 1500 pesos (25 euro) ging in de bergen met geen mogelijkheid op. Ik had mezelf beloofd in El Nido een mooi eigen plekje te zoeken. Liefst een klein houten huisje op loopafstand van het strand. Voorwaarden: schoon en rustig gelegen van de hoofdweg af, maximaal 1200 pesos (20 euro) per nacht. De enige pinautomaten op het 650km lange eiland Palawan waren in Puerto, dus ik pinde de afgelopen dagen 25000 pesos. Daarmee moet ik het tien nachten uit kunnen houden.

Volgens Lonely Planet is Calaan Beach een goede optie als je rust wilt. Er gaat geen weg heen, je komt er door een smal wandelpad langs zee te volgen, ongeveer een kwartier lopen vanaf El Nido 'centrum'. Ik vroeg bij elke overnachtingsplek of ze een kamer vrij hadden en liep keer op keer teleurgesteld verder. Ofwel supermooi maar ver boven budget, ofwel klein en viezig. Ik wil toch minstens een tafel waarop ik mijn spullen kan uitstallen, een dikke week niet uit een rugzak leven lijkt me heerlijk. En ik wil niet dagelijks kakkerlakken vangen, dat is meer iets voor India.

Calaan Beach viel af. Ik liep het zandpad terug naar El Nido. Het zweet stond intussen overal, 34 graden, idioot vochtig en een zware rugzak op je rug was niet comfortabel. Onderweg naar het centrum informeerde ik bij elk hotel dat er aardig uitzag, maar overal hoorde ik 'nee, helaas'. Uiteindelijk wees een mevrouw bij Rico's Cottages me naar haar buurvrouw, zij had nog kamers. 1500 pesos per nacht, inclusief ontbijt. Ik vroeg of ik een kamer mocht zien, ondanks dat dit eigenlijk wat aan de dure kant was. De kamer was eenvoudig maar schoon en het sanitair werkte. Wat de kamer zo duur maakte was de locatie: zeven stappen naar de blauwgroene zee! Vanaf mijn eigen veranda met stoelen en tafel kon ik zo het strand op. Ohhhhhhh, dit wilde ik wel! Alleen al omdat ik geen zin had om nog meer hotels lang te gaan. Klaar, ik zou in dit naamloze hotel slapen.

Gisteravond zag ik de zonsondergang vanaf de veranda en bleef tot 22.00h buiten zitten. Vanochtend zag ik de blauwe zee weer toen ik de deur open deed. Er stond al een thermosfles en theekopje op mijn tafel, ik ontbeet met zeezicht. Wat een prachtplek is dit! Ik kan hier gewoon dagen zitten, alleen maar kijken naar de zee en naar de boten. Spannende boeken lezen. Eindelijk die shawl eens af breien. En verder vooral dagdromen. Ik ga me hier best vermaken!

(Geen idee of het budgettechnich lukt om hier tien nachten te blijven, dat moet ik nog eens uitrekenen de komende dagen. Maar zes of zeven nachten gaat in elk geval lukken, dan kan ik intusen wat rondkijken of er ergens een goedkopere kamer is, zonder zeezicht. Soms zou een pinautomaat in de buurt pure luxe zijn...)

Inmiddels zit ik bij het Art Cafe, de enige plek met enigszins betrouwbare wifi en noodstroomvoorziening. Intussen heb ik al minstens tien keer op verzenden gedrukt, maar dit bericht wil de wereld niet in. Instagram foto's ook niet. En een gewone webpagina laden zit er vooralsnog ook niet in. Mocht ik ineens dagenlang van de radar verdwenen zijn, dan ligt dat aan de verbinding en de stroomvoorziening. Geen paniek, ik ben gewoon aan het genieten van onderstaand uitzicht.

dinsdag 20 mei 2014

Ongeschikt voor het grote toerisme

Ruim zeven weken ben ik nu onderweg, het wordt echt met de dag leuker. Elke dag zie ik weer nieuwe mooie dingen, zelfs op dagen dat ik gewoon op het terras blijf zitten. Waar Korea door zijn toegankelijkheid nog als vakantie voelde, ben ik hier in de Filipijnen echt op reis. Op reis door een land dat eigenlijk helemaal (nog?) niet is ingericht voor toerisme, zoals andere landen in Zuid Oost Azië dat zeker wel zijn. Het maakt dat alles hier de nodige moeite, energie en tijd kost.

Simpele dingen als geld pinnen of postzegels kopen, soms duurt het dagen voor het lukt. Mijn Nederlandse bankpasje werd tot nu toe maar eenmaal door een bank geaccepteerd. De Mastercard werkt bij twee banken, maar weigert ook vaak. Daarbij geven banken niet meer dan 10.000 pesos (162 euro) per 24 uur per pas. In kleinere steden of dorpen zijn geen pinautomaten. Alles bij elkaar vergt het de nodige planning om altijd genoeg geld bij je te hebben.

Jezelf verplaatsen is, buiten Manila, even uitdagend. De wegen zijn vaak slecht of niet veel meer dan een zandpad met diepe afgrond. Bussen en jeepneys rijden alleen 's ochtends en vertrekken niet volgens een vast tijdschema, maar rijden pas als ze vol zijn. Als ze niet vol raken, rijden ze die dag gewoon niet.

Stroomstoringen en wateronderbrekingen zijn aan de orde van de dag, wederom: overal behalve in Manila. Altijd een zaklamp bij je hebben is erg handig en een fles water reserve houden op je kamer kan heel praktisch zijn. Meestal is het van korte duur, maar soms zit er een pechdag tussen.

Nu lijkt het net of ik een verschrikkelijk land schets... maar niets is minder waar! Dit is gewoon zoals het is en elke Filipino leeft met een grote glimlach, zonder te morren. Je kunt als reiziger niet veel anders dan meegaan in het ritme. Het gebrek aan Westers comfort maakt de charme van dit land. Dat klinkt vast iets te idealistisch, maar ergens klopt het wel. Als je je tegen alle gebreken verzet, wordt het hier niet leuk. Je kunt niet anders dan je mee laten voeren op het ritme hier. Hoe hard je ook zucht, die zoveelste koude douche wordt er niet warmer van.

Ondanks dat het allemaal niet vanzelf gaat, maken de prachtige omgeving en de lieve mensen heel veel goed. Waar mensen in bijvoorbeeld India alleen vriendelijk zijn als ze daar zelf winst uit kunnen halen, zijn de Filipino's -vooralsnog- oprecht behulpzaam zonder bijbedoelingen. De natuur is bizar mooi, ik vond het jammer om na drie weken de bergen in het noorden te moeten verlaten. Gewoon op het balkon van de Sanafe Lodge in Banaue zitten was al fijn, kijken naar de zich opbollende wolken voor de 'afternoon rain' en de voorbij rijdende jeepneys die tot op het dak vol zaten met passagiers, of naar de mensen in de rijstvelden. Heerlijk!

Gisteren vloog ik van Manila naar Puerto Princessa, 'hoofdstad' van het eiland Palawan. De aankomsthal van het 'vliegveld' was zo klein dat ik al bijna buiten stond zonder bagage. De bagageband was zo kort, dat ik er compleet overheen keek... Over twee weken vlieg ik weer terug naar Manila. Ik ben een paar dagen hier in Puerto en vrijdag ga ik naar El Nido, een strandbestemming in het uiterste noorden van het eiland. Daar ga ik tien dagen niks doen, naar de zee kijken, boeken lezen en naar de wolken staren. Even bijkomen van de afgelopen weken.

In Puerto slaap ik in Banwa Art House, een klein pension (5 kamers) vol met kunst. Zowel traditionele als moderne Filipijnse werken. Daarbij hebben ze een fijne veranda die dienst doet als restaurant en woonkamer, de perfecte plek om een paar uur te zitten met een glas vers sap.

donderdag 15 mei 2014

Gaia Café and Craft Shop

Sommige eetgelegenheden vergeet je nooit meer. Je zou willen dat ze bij je om de hoek zaten en je er elke dag langs kon gaan. Of dan toch minstens eens per week.
Dat minuscule cafeetje in het besneeuwde Stockholm, waar je pure chocolademelk dronk naast de open haard. Dat biologisch vegetarische eetcafe in het vleesminnende Estland. Of dat kleine, ietwat vieze eethuisje in het centrum van het Indiase Jaipur waar ze de lekkerste curry's en lassi hadden.

Vandaag vond ik weer zo'n plek. Met dank aan Instagrammer @candyreyes, een Filipijnse vrouw die een schat aan dit soort alternatieve adressen heeft en ze graag deelt met anderen. Via haar vond ik ook het kleine hostel in Manila en een kunstzinnig guesthouse in Puerto Princessa waar ik volgende week heen ga. Het Gaia Cafe is twintig minuten lopen buiten Sagada, aan het eind van de verharde weg, iets voorbij de Sumaging grotten. Een houten hut op palen tegen een helling, aan twee zijden omgeven door hoge naaldbomen en aan twee zijden prachtig uitzicht over de rijstvelden in de vallei. Alles is van hout gemaakt en versierd met prachtige handgemaakte hangers van stof en kralen die zachtjes tingelen in de wind.

De menukaart is strikt veganistisch (slechts een enkel vegetarisch gerecht). Er wordt geen cola geschonken, alles is gemaakt van lokale producten, zonder pakjes, zakjes of andere onnatuurlijke dingen. Je eet hier met de seizoenen mee, zowel Westerse pasta en salade als Filipijnse gerechten in een veganistische uitvoering. Je vindt hier geen plastic rietjes, geen ingrediënten uit blik en je mag alleen restjes meenemen als je een eigen bakje aanlevert. Beneden woont een varken dat de overige restjes moet delen met de composthoop.

Ik begon met verse citroengras thee (dat groeit hier veel) en ging na een uurtje verder met 'Vegetable Chips with Black Bean Dip', 'Potato Salad with Cashew Dressing' en een zoet sapje van wortel, citroen en notenmelk. Waar ik de afgelopen weken gewend begon te raken aan zout en smakeloos eten, is dit eten vandaag echt een verademing!

Dan is er nog de Craft Shop. Een kleine ruimte in het midden die dienst doet als winkel vol handgemaakte producten door kleine gemeenschappen uit de Cordillera regio. In één woord: wow! Ik had alles wel mee willen nemen, zo mooi! Handgebonden boeken, geborduurde geweven kussens, homemade pindakaas en (veel te grote verpakkingen) citroengras voor de thee. Ik heb het beperkt tot de aanschaf van een geweven hoofdband, prima tegen de scherpe zon.

Toen de lucht om half 3 begon te betrekken en de dagelijkse regenbui dreigde los te barsten, werd het tijd om weer terug naar het dorp te lopen. Met een nieuwe fijne plek erbij in mijn herinneringen.

dinsdag 13 mei 2014

Nog wat verder van de bewoonde wereld

Wakker worden in Sagada. Er staat kippenvel op mijn rug, de nachten zijn hier op 1500m hoogte behoorlijk fris. In mijn pyjama loop ik het balkon op (voor 5 euro een kamer met eigen warme douche en balkon, het kan hier!), om te zien dat we zijn opgeslokt door de wolken.
Ralph McTell met zijn Streets of London schalt door een radio, gevolgd door Tracy Chapman en even later Alanis Morissette. De typische muzieksmaak van vele Filipino's, liefst gecoverd en liefst overal hoorbaar. Als ik deze muziek thuis weer hoor, denk ik ongetwijfeld terug aan hier. Aan de vele ritten door de ruige bergen met deze muziek op de achtergrond, aan kleine winkels en aan wakker worden in Sagada.

Gisteren kwam ik hier aan. Ik zou 's ochtends om 8.30h met de rechtstreekse minibus uit Banaue mee gaan, maar toen het erop aan kwam ging het ding niet. Er waren zeven reserveringen (het minimum voor een rendabele rit), maar er kwamen maar vijf mensen opdagen. De chauffeur weigerde te vertrekken. De vier anderen stapten na lang wachten over op een grote roestige rammelbus. De chauffeur daarvan moest stenen voor de wielen leggen om hem op de handrem te houden, er zaten zeker twintig mensen bovenop, ik zag iemand met twee halfdode kippen zitten en op de voorkant stond ter compensatie 'Jesus Saves You' geschilderd. Ik had daar bij in kunnen stappen, was vast een leuk verhaal geworden, maar mijn eigen veiligheid stond net iets hoger op de ladder, dus ik bleef achter in Banaue.

Met een andere minibus ging ik rond 12.00h alsnog op weg. Eerst naar Bontoc, vanwaar ik een jeepney naar Sagada kon nemen. De route naar Bontoc was volledig verhard, adembenemend mooi en voorzien van de nodige landslides. Halverwege haalden we de langzame rammelbus in, ik moest er stiekem wel om lachen. In Bontoc ging mijn bagage bovenop de jeepney, samen met een stuk of tien mannelijke passagiers. Ik kreeg binnen een plaatsje en zo slingerde en hobbelde ik de laatste veertig minuten naar Sagada.

Sagada is een typsich backpackersdorp. Je kunt hier Westers eten (French fries! Pasta met groente! Cheesecake!), kruidige 'mountain tea' met honing drinken, yoghurt als ontbijt nemen en genieten van de rust. Het stikt hier van de muggen en vliegen, er is geen pinautomaat, service in restaurants en cafés bestaat niet (tip: pak zelf een menukaart, geef aan de bar door wat je wilt hebben en kweek intussen wat geduld), 's avonds breekt een heus krekelorkest los waar alleen oordopjes tegen helpen.

De komende dagen ga ik op zoek naar de hangende grafkisten waar deze omgeving bekend om staat. Vanaf mijn balkon zie ik rijstvelden en een klein dorpje, voor een andere wandeling. Tussendoor neem ik bergthee met citroentaart, snuif ik nog maar eens wat frisse lucht en bedenk me dat deze reis met de dag leuker wordt. Hoe moeilijker te bereiken, hoe mooier de plaatsen worden. Tot nu toe gaat dat zeker op.


vrijdag 9 mei 2014

Over rijst, landverschuivingen, modder en tricycles

Banaue is nog steeds mijn thuis. In het hotel weten ze wat ik als ontbijt wil, dat ik linkshandig ben en dat ik een favoriete stoel heb op het balkon. Bij het enige cafe in de straat weten ze dat ik thee zonder suiker kom drinken. Bijna elke chauffeur weet intussen dat ik niet naar Batad wil en de winkel om de hoek weet dat ik 's middags een nieuwe fles water kom halen. Kortom: ik ben thuis hier.

Banaue is met 1500 inwoners een klein dorpje. Er zijn een aantal eenvoudige guesthouses/hotels met hun eigen restaurant en vrijwel nergens warme douches. Er is een plein waar de jeepneys vertrekken met eromheen wat kleine winkels waar je levende kippen, stinkende vissen, water, koekjes en fruit kunt kopen. Er is een bank die alleen eigen bankkaarten accepteert. De eerste pinautomaat voor buitenlanders is een dag rijden, dus ik ben met een tas vol geld hierheen gekomen. Er is een kleine kliniek, ik denk alleen geschikt voor kleine verwondingen. Ze hebben zelfs een ambulance. Er is een postkantoor, een half uur lopen uit het centrum. Maar toen ik er gisteren kwam voor postzegels, waren ze dicht. Er gaat elke nacht één bus naar Manila en één naar Baguio. Er is op sommige plekken redelijk mobiel bereik en wifi is overal hemeltergend traag. Als het onweert slaat de stroom er in het hele dorp af en is het stil en donker.

Iedereen komt hier voor de rijstterrassen. UNESCO werelderfgoed, groen, groot, veel, hoog en 2000 jaar oud. Hoe langer ik er over nadenk dat ze 2000 jaar oud zijn, hoe indrukwekkender ze worden. Vanuit Banaue liep ik woensdag in anderhalf uur omhoog naar het uitzichtpunt. Fenomenaal! Nu snap ik waar al die rijst die drie keer per dag op tafel komt vandaan komt.

Elke toerist/reiziger/backpacker gaat vrijwel direct door naar Batad. Het is de standaard vraag die me overal gesteld wordt: "have you already been to Batad?" Batad ligt bijna onbereikbasr achter een flinke heuvel. Er is een punt tot waar voertuigen kunnen komen en vandaar moet je eerst anderhalf uur omhoog lopen en daarna 400 traptreden omlaag tot het dorp. Terug in omgekeerde volgorde. Ik heb een bezoek aan Batad eerst voor me uit geschoven, maar nu ik door heb dat er dagelijks hordes toeristen heen gaan, denk ik dat ik het definitief oversla. Ik heb niet de indruk dat het erg ongerept is, zoals elke reisgids me wil doen laten geloven.

Woensdag vond ik een medestander, iemand die om dezelfde reden niet naar Batad ging. Hij tipte me over Hapao. Ik ging naar de tourist office en regelde voor vandaag een tricycle om naar Hapao te gaan. (Tricycle: motor met overdekt zijspan, gangbaar privévervoer hier).
Vanochtend om half 8 vertrokken we. De weg begon netjes met betonplaten, maar gaandeweg werd het bar en boos. Het beton verruilden we voor zand, modder, stenen en meer ongemak. Ik probeerde uit te leggen dat we zo'n weg in Nederland direct af zouden sluiten en pas maanden later weer zouden openen, volledig geasfalteerd en voorzien van vangrail. "Crazy Dutch", was het lachende antwoord van de chauffeur en hij slingerde nog eens behendig om een rotsbkok heen.

Meermaals liggen er flinke landverschuivingen over de weg, met moeite is er een halve baan vrijgemaakt, rakelings rijden we langs de afgrond. Door mijn Nederlandse ogen bekeken is dit een niet geheel ongevaarlijke onderneming, maar toch voel ik me niet onveilig hier. Gek, hoe snel je je aanpast aan lokale normen omtrent veiligheid en comfort. Na iedere regenbui komt er een nieuwe lading zand en rotsen naar beneden, bijna dagelijks. Ontbossing en illegale houtkap zijn een belangrijke reden voor deze landverschuivingen, gecombineerd met zeer slecht onderhouden hellingen. Zolang er alleen maar wegen vrijgemaakt worden en de oorzaak niet aangepakt wordt, is het dweilen met de kraan open...

Na een uur hobbelen staat de modder van het zijwiel op mijn kuiten. In het gehucht Hapao wijst de chauffeur me richting een schooltje en dat ik het pad naar links moet volgen. Hij blijft op dit punt wachten. Ik geef hem voor de zekerheid mijn Filipijnse mobiele nummer en lopend ga ik verder. Onderweg genietend van het prachtige uitzicht over de vallei vol rijstterrassen. Een Filipijnse familie neemt me op sleeptouw naar de warmwaterbronnen. We volgen het geplaveide pad tot de rijstvelden. Daar schuifelen we over smalle paadjes, om uiteindelijk bij de bron aan te komen. Dit blijkt de badderplaats van het hele dorp te zijn!

Ik loop alleen terug naar de tricycle en deel wat droge broodjes/koekjes met mijn chauffeur (ik kan zijn naam niet reproduceren, te ingewikkeld). De wolken worden dikker en ik stel voor om terug naar huis te gaan, ik voel er weinig voor om opgeslokt te worden door een nieuwe landverschuiving. We hobbelen dezelfde route terug en met nog meer modder aan mijn schoenen zijn we rond lunchtijd weer terug in Banaue. Daar breekt direct een enorme onweersbui met striemende regen los. Ongenadig hard knalt de donder door het dorp, het houten hotel dreunt ervan. De overkant van de rivier is niet meer te zien in de regen.
Ik ben blij dat ik nu niet meer op dat iele pad in de bergen rij...

(De eerste twee foto's zijn van vandaag, de laatste is van woensdag)



dinsdag 6 mei 2014

Ontbijt met uitzicht

De beloofde uitzicht foto vanaf de ontbijttafel.
Ik denk dat dit niet zo snel verveelt. En mocht dat wel zo zijn, is er aan de andere kant van het dorp (200m verderop) nog zo'n uitzicht. 

Plan voor vandaag: de was inleveren, een stopcontact zoeken (zit niet in mijn kamer?), rondvragen naar een betrouwbare gids en op zoek naar een andere reiziger om die mee te delen voor een flinke wandeling door de rijstvelden.

maandag 5 mei 2014

Van Vigan naar Sagada of Banaue?

Hemelsbreed liggen deze plaatsen amper 200 kilometer uit elkaar, maar in de praktijk ben je twee dagen kwijt om van A (of V) naar B te komen.

Na een aantal dagen in Manila en een paar dagen in Baguio, ging ik donderdag naar Vigan. De eerste dagen van mei bleek de jaarlijkse feestweek, dus ik viel met mijn neus in de boter. Afgezien van het feit dat alle hotels volgeboekt waren en ik genoegen moest nemen met een derderangs kamer en dito sanitair (Vigan Hotel is dus een afrader, mocht iemand er ooit in de buurt komen). De festiviteiten waren leuk om mee te maken, ik zag dansparades en een paardenkoets optocht, een markt met handgemaakte meubels, een fonteinshow en luisterde in mijn bed naar valse karaoke op het plein. Dit alles tegen het decor van een kleine Spaanse koloniale stad met oude straatjes en huizen. Ja, Vigan is absoluut een aanrader, ook zonder feest.

Maar toen: ik wilde eigenlijk naar Sagada. Een dorpje in de bergen, waarvoor ik sowieso eerst vijf uur in de bus naar Baguio terug moest om daar te overnachten. Ik wist dat de weg tussen Baguio en Sagada als 'slecht en gevaarlijk' bekend stond, maar in een fatsoenlijke bus en bij droog weer zou ik die kant op durven. Voor mensen zonder hoogtevrees: google eens op plaatjes van 'Halsema Highway'. Voor alle anderen: vergeet deze informatie.

Nadat ik zondagmiddag in Baguio weer een kamer had geregeld in het Village Inn, besloot ik een kijkje te gaan nemen bij de busmaatschappij die naar Sagada ging. Ik zag roestige bussen zonder airco. De prijs was er ook naar, te goedkoop als ik eerlijk ben. Tel daarbij op dat mij in het hotel is verteld dat het de laatste week veel en hard heeft geregend in de bergen. De weg kon dus overspoeld zijn met modder en stenen, wat behalve dat het gevaarlijk is, ook veel extra tijd kost op een rit die toch al minstens 8 uur duurt.

Tijd voor optie B: eerst naar Banaue en van daaruit eventueel naar Sagada (over een andere weg).
Ik vond midden in het centrum van Baguio een kleine parkeerplaats met de overmoedige naam 'KMS Bus Terminal'. Een parkeerplaats waar plek is voor een grote bus en een kleine minibus, een hokje met de naam 'office' en een tv waar een bankje voor staat met een bordje 'waiting room'. Het was niet veel, maar de twee bussen zagen er prima uit. Ik kocht een kaartje voor maandagochtend, om 8 uur naar Banaue.

Maandagochtend 7.15h was ik weer bij KMS terug, bepakt en bezakt. Ik wapperde met mijn reserveringsbriefje en iemand wees op een klein minibusje. "Banaue?" vroeg ik, wijzend op het busje. De man knikte en propte mijn rugzak achterin. Er bleken voor vandaag maar negen reserveringen te zijn, dus besloten ze het kleinste voertuig uit hun wagenpark in te zetten: een Toyota busje met 10 zitplaatsen achterin. Om kwart voor acht vertrokken we en slingerden oostwaarts over een niet al te brede bergweg naar Bambang. Niet overal vangrail, stukken zonder asfalt, veel duizelingwekkende dieptes en vallende rotsblokken. Volgens de chauffeur was deze weg veel beter dan de Halsema Highway, want dat vond hij toch maar een enge weg... ik was acuut blij dat ik niet naar Sagada ging. En ik was blij dat ik niet in zo'n logge bus zat.

Vanaf Bambang kwamen we op de Pan Philippine Highway. Stel je daar vooral niet teveel bij voor. Deze verruilden we voor de Mountain Province Road en na nog wat klimmen, bochten, hobbels en obstakels kwamen we iets na 14.00h in Banaue aan. Twee uur eerder dan gepland, geen idee wie die planningen maakt... Maar oh wat een mooie rit was dit zeg! De bergen zijn enerzijds ontzagwekkend ruig en tegelijkertijd ogen ze zachtaardig door groene tropische begroeiing. Dit was een rit om nooit te vergeten.

Na wat rondkijken bij verschillende hotels, ben ik in de Sanafe Lodge beland. Het gebouw lijkt op een Zwitsers houten chalet, alleen de tropsiche bloemen verraden de locatie. Het is er rustig, dus ik heb de dorm voor mezelf en er kon wat van de prijs af. Het hotelrestaurant heeft onwaarschijnlijk mooi uitzicht over de wereldberoemde rijstterrassen van de Ifuago regio (morgen een foto, beloofd), plus een aardige menukaart. 

Ik denk dat ik me hier best een tijdje kan vermaken, Sagada loopt niet weg.

woensdag 30 april 2014

Ooit een Filipijns restaurant gezien?

Of een kookboek over de Filipijnse keuken?
Nee? Dat zegt al genoeg, toch?

Filipijns eten is niet om over naar huis te schrijven. Het bestaat hoofdzakelijk uit vlees met rijst en zout. Veel zout, veel vlees, veel rijst. Het lijkt wel of men koken helemaal niet leuk vindt, een dagelijkse verplichting waar men zo snel mogelijk klaar mee wil zijn.

Het Filipijnse ontbijt bestaat uit rijst met ei (in het hotel hier in Baguio is er keuze: 'fried or scrambled') en 'iets' naar keuze. Dat 'iets' is een waslijst waar je één ding uit mag kiezen: gedroogde en gezouten reepjes vlees, gezouten vis, hotdogs, smac/spam en meer dingen waar ik geen zin in heb om half acht 's ochtends.

Lunch en diner bestaan uit maaltijden waarbij vlees het hoofdingrediënt is. Maandag had ik adobo, iets met kipstukken (in de breedste zin van het woord) in sojasaus en azijn. Gisteravond had ik kare-kare, een stoofpot van restjes taai rundvlees (inclusief ingewanden) in pindasaus en wat sumiere reepjes groente. Op straat zag ik boven een vuurtje stukken varkenshuid geroosterd worden, mensen stonden er voor in de rij... Voor voedselvergiftiging hoef je hier niet bang te zijn, alles wordt dusdanig lang gebakken dat alle leven (en smaak) eruit is. Gruwelijk taai vlees krijg je dan.
Ik heb het vermoeden dat alle gangbare delen van een dier worden geëxporteerd,  zodat alleen de ingewanden, botten, staarten en de rest overblijven voor de binnenlandse markt. Een andere reden kan ik niet bedenken.

Thuis eet ik voor 95% vegetarisch, maar dat is buiten Manila een onbekend concept. Om in deze zes weken geen continue rammelende maag te hebben of vitaminetekorten op te lopen moeten die vegetarische principes tijdelijk aan de kant. In elk geval voor een paar dagen per week. In Korea kon ik dit nog oplossen door in de hostels zelf te koken, maar hier in de Filipijnen slaap ik in gewone hotels en guesthouses zonder gemeenschappelijke keuken. Helaas.

Ten slotte mogen jullie zelf een plaatje googelen van de grootste Filipijnse delicatesse: balut. Een gekookt ei (eend of kip) met daarin een half ontwikkeld kuikenembryo. Ik heb de afgelopen week één keer mogen aanschouwen dat iemand een hap nam. Mijn eetlust was direct weg. Om eerlijk te zijn: een gemiddelde Filipino zal ook niet staan te springen bij het zien van een Hollandse haring, maar toch...

Dus: mocht iemand in Europa per ongeluk tegen een Filipijns restaurant aan lopen: ik zou er nog eens heel goed over nadenken.

vrijdag 25 april 2014

"Voelt als 39 graden"

Nee, dit is alles behalve comfortabel.
Nee, dit is geen andere warmte dan in Nederland, het is hier zo mogelijk nog vochtiger.
Nee, al die airco's maken het er niet beter op, je krijgt steeds weer die klap.
Ja, maandag ga ik naar het noorden, daar is het zo'n tien graden koeler.

woensdag 23 april 2014

Hallo Manila!

Gruwelijk, wat een hitte! Dat was de eerste gedachte toen ik uit het luchthavengebouw kwam.
Het is ruimschoots boven de dertig graden en er waait een warme föhn door de palmbomen. Verkoelend is het absoluut niet.

Het tweede wat me opviel was dat je hier nergens binnenkomt zonder portier. Bij het winkelcentrum staat een portier om de deur te openen, bij de supermarkt staat een portier, bij het restaurant krijg ik de kans niet de deur te openen, voor elke parkeerplaats staat iemand om de boel te regelen en voor elk hotel (behalve mijn hostel) staan volledig uitgedoste portiers. Sommigen lijken een wapen bij zich te hebben, waarom?
Ik ben duidelijk niet in de meest veilige stad ter wereld. In het hostel werd me op het hart gedrukt 's avonds in het donker niet alleen de straat op te gaan en sowieso geen onnodig dure dingen mee te nemen overdag. Dus.
Het geeft mij allemaal een gevoel van schijnveiligheid. Natuurlijk neem ik het advies aan en hou ik er rekening mee, maar ik vraag me af of al die portiers echt effect hebben?

Het derde opvallende waren de vele Westerse mannen van middelbare leeftijd in gezelschap van een jonge Filipijnse vrouw. In de supermarkt alleen al vier stellen en op straat hoef je maar even stil te staan en om je heen te kijken om ze te kunnen tellen. Ik wil er niet direct een waardeoordeel aan hangen, dus ik denk er nog even over na.

Dit alles typ ik terwijl ik nageniet van de eerste echt lekkere vegetarische maaltijd sinds ik van huis vertrok. Corner Tree House in Makati wordt mijn vaste stek de komende dagen. Ik had spinazie-feta minikroketten, een salade van quinoa met sla, groene asperges, nootjes en citrusdressing en een groot glas vers mangosap met Annie Lennox op de achtergrond. Heerlijk! Het lijkt in de verste verte niet op het Filipijnse eten, maar lekker was het wel. En om eerlijk te zijn kwam die Koreaanse bibimbap mijn neus wel een keer uit...

De plannen: ik heb hier vijf nachten om wat te acclimatiseren. Erg veel is er niet te zien in Manila, dus ik kan eens rustig nadenken hoe ik de komende 45 dagen in dit land ga vullen.