Posts tonen met het label Indonesië. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Indonesië. Alle posts tonen

woensdag 4 mei 2016

Azië, ik kom eraan!

Zitten jullie er klaar voor? Het wordt wel weer eens tijd voor Azië, al zeg ik het zelf. Het is tenslotte alweer 1,5 jaar geleden dat ik vanuit Bangkok terug vloog.

Daarom: nog drie nachtjes en ik vlieg naar Kuala Lumpur! Twee nachten om even bij te slapen en met een Maleise vriendin wat te eten. Dinsdag vlieg ik door naar Medan, Indonesië. Vanaf daar is er geen planning meer. Beste vriendin Eva zwerft ook over het noordelijk deel van Sumatra, dus het is de bedoeling dat we in de dagen die volgen elkaar ergens gaan ontmoeten om samen verder te reizen tot eind mei.
Na drie weken in Indonesië vliegen we beiden verder. Zij naar Thailand, ik door naar Penang, Maleisië. Gewoon, omdat je in Penang zo lekker kunt eten. Na een week in Maleisië, vlieg ik begin juni weer terug naar Nederland.

Het klinkt allemaal best heel georganiseerd, al zeg ik het zelf.
En ik heb er zin in!

donderdag 2 oktober 2014

Dag Azië, tot gauw!

De zes maanden zitten er al op. Morgen vlieg ik naar Nederland. Morgen! Onvoorstelbaar.
Terug naar Hema en Albert Heijn, naar mijn naaimachine en keuken. Terug naar mijn fiets en naar georganiseerd verkeer. Zomaar wat kleine dingen die ik miste. Maar ik mis ze nog niet zo heel erg, ik zou nog wel een maand of wat verder kunnen reizen. Naar Taiwan, Japan of Hongkong.

Terug naar mijn eigen bed. Ik kan me er nog niets bij voorstellen. Het is te ver weg. Vreemde bedden zijn mijn eigen bedden geworden, met mijn eigen wekker en boek ernaast. Vreemde douches werden mijn eigen douche door simpelweg de inhoud van mijn toilettas uit te stallen. Overal had ik vaste cafeetjes en restaurants, waar het personeel me na een paar dagen herkende. Eetstokjes en vingers werden het nieuwe bestek. Thuis is overal waar het comfortabel is.

Azië was geweldig. Dit halve jaar was prachtig. Onvergetelijk. Bijzonder. En te kort.
Ik kan hele waslijsten maken van wat ik ga missen, te beginnen bij streetfood voor een euro, halverwege staat het zoete fruit en aan het eind de oprecht lieve mensen overal. Dan vergeet ik nog honderden andere mooie, leuke, fijne en goede dingen hier. Oh, en het klimaat natuurlijk.

En toch... er zijn ook dingen die in Nederland fijn zijn. Toiletpapier in de pot kunnen gooien zonder dat de riolering verstopt raakt. Geen zorgen om potentieel gevaarlijke muggen. Echte vegetarische maaltijden zonder stiekeme vissaus, verpulverde garnalen of kippenbouillon. Op Buienradar kunnen zien dat het over exact twintig minuten gaat regenen. Een warme douche wanneer ik maar wil. Autogordels. Elke 30 minuten een trein. Een ambulance binnen 10 minuten. Veilig kraanwater. We staan er in Nederland niet altijd bij stil wat we wél hebben.

Maar Azië en Europa zijn niet te vergelijken. De één is niet beter dan de ander. Ook niet slechter. We zijn allemaal mensen en maken overal het beste met wat er voor handen is. In de Filipijnen betekent dat koud douchen bij kaarslicht, in Nederland betekent dat het elektriciteitsbedrijf bellen als er geen stroom is. In Indonesië vertrekt de bemo chauffeur niet voor er genoeg passagiers zijn, in Nederland zijn we boos als de trein een kwartier vertraagd is. We handelen overal ter wereld met wat er beschikbaar is en weten overal wat we wel en niet kunnen verwachten.

De zon schijnt vandaag.
Laat ik er nog maar eens van genieten.
Het voelt bijzonder goed hier.
Morgen is nog heel ver weg.

dinsdag 23 september 2014

Bye Bye Indonesia

Twee maanden is niets in deze onmetelijk grote archipel. Helemaal niet als je langzaam reist. Drie maanden had het niet beter gemaakt, hooguit nog moeilijker om te kiezen waarheen te gaan. De kans is vrij groot dat ik volgend jaar wacht op een aantrekkelijke aanbieding voor een retourtje Jakarta. Sulawesi wacht nog op me. En de Molukken. En Sumatra. Om het maar niet te hebben over al die lieve mensen op Java die ik nog een keer wil ontmoeten. Oh en het eten... zo lekker!

Ik ga niet zeggen wat het mooiste was. De Borobudur tempel is niet te vergelijken met de hagelwitte stranden rond Lombok. De homestay in Cianjur is niet te vergelijken met de luxe bungalow op Lembongan. Appels en peren. Of sirsak en ananas, om in de sfeer te blijven. Alles was indrukwekkend en mooi op zijn eigen manier, zoals dat het afgelopen halfjaar al vaker was. Wat er echt bovenuit stak, waren de mensen. Ik dacht dat mensen in Maleisië aardig waren, maar de Javanen overtroffen dat ruimschoots.

Deze laatste drie nachten zit ik in Ubud, Bali. Zondagavond had ik na drie weken eindelijk weer een warme douche, zo fijn! Ik ontdek op de valreep hoe lekker 'froyo' (frozen yoghurt) met allerlei toppings kan zijn, koop op diezelfde valreep nog een tas vol souvenirs en zoek me twee dagen ongans naar een plek waar ik de boarding pass van AirAsia kan printen. Internetcafés sterven uit, dat blijkt maar weer. Ik moet nog inpakken, bedenken wat ik vanavond ga eten, uitzoeken hoe ik morgen bij het hostel kom en nog meer kleine dingen. Morgen is nog ver weg.
Morgenochtend word ik door een auto opgehaald en naar Denpassar Airport gereden. Na vier uur vliegen land ik halverwege de middag in Bangkok. De laatste halte op deze reis en weer een andere wereld.

Tot gauw Indonesië! Sampai jumpa lagi!

 

woensdag 17 september 2014

En nog meer strand

Sorry, het begint nu vast te vervelen om wéér strandfoto's voorbij te zien komen. En opnieuw te moeten lezen dat ik met mijn e-reader aan het strand lig, de lekkerste verse sapjes drink of een shawl brei op de veranda voor mijn bungalow. Helaas, veel meer kan ik er niet van maken deze laatste Indonesische weken.

Elke avond zie ik de zon opnieuw langzaam in de zee zakken, weer een dag die overgaat in nacht. Het lijkt wel of de tijd hier harder tikt dan toen ik net in Zuid Korea was. Alsof de zonsondergangen elkaar hier sneller opvolgen dan in de Filipijnen, toen ik nog vijf maanden reizen voor me had liggen. Over een week vlieg ik naar Bangkok, de laatste halte op deze reis. Ik zou best nog langer in Indonesië willen blijven, geen probleem. Helaas is mijn 60 dagen visum volgende week op.

Dus ik geniet deze laatste week op Nusa Lembongan, een rustig klein eilandje voor de kust van Bali. Geen auto's, geen werkende pinautomaat, geen postkantoor. Wat surfers, backpackers en dagjesmensen vanaf Bali. Geen grote aantallen meer, het seizoen is voorbij. Er kan weer onderhandeld worden over kamerprijzen en boottickets, aanbod genoeg. Ik vond een hele mooie bungalow bij Arya Inn (met airco en nachtlampje: blij met kleine dingen) en krijg als ik zes nachten blijf, de zevende gratis. Elke ochtend legt vrouw des huizes Eny volgens een zwijgend Hindoeïstisch ritueel een nieuw offerbakje voor mijn deur, waar de vogels zich even later op uitleven. Elke middag komt het manusje-van-alles langs met een bezem om uitgebloeide jasmijnbloemen van het gazon te vegen en een praatje te maken in half Engels, half Bahasa Indonesia.

Ik wandel elke dag een rondje, probeer bijna elke dag een ander restaurant (de topper voor een bio ontbijt met yoghurt en muesli: Bali Eco Deli!), dip mijn tenen elke dag even in zee en smeer intussen braaf verder met factor 30 zonnebrandcrème. Ik breng mijn was naar de buurvrouw en krijg zelfs het katoenen tasje eromheen gestreken en gevouwen terug, met een laag plastic folie eromheen (haha, het hele effect van mijn katoenen tas teniet gedaan). Ik verander mijn nagels van zeeblauw naar brandweerrood en drapeer mezelf aan het eind van de dag met een beker thee op de veranda.

Poeh. Zware laatste weken zijn het.

woensdag 10 september 2014

Naar het diepe zuiden

Stel je een klein houten bootje voor, net twee meter breed en een meter of twaalf lang. Op dat bootje proppen ze ruwweg de helft meer passagiers dan logischerwijs past, inclusief extra dozen en troep tegen omkoopgeld voor de kapitein. Een kapitein die amper 18 jaar is. Daarbij is het springvloed, superhoog water, met harde wind tegen de stroming van het tij in.

Dat was maandag. Op Gili Meno is geen aanlegsteiger, aan boord gaan van een boot gebeurt op het strand in de branding, het is normaal dat je voeten daarbij nat worden. Dat instappen was maandag al een uitdaging op zich. Door de golven ging het bootje steeds ruim een meter op en neer, het resultaat was een nat pak tot mijn middel en twee tot bloedens toe geschaafde knieën. Toen iedereen zat, werd er geroepen om zo snel mogelijk te vertrekken. Ik ben niet gauw bang, maar zodra ik 'locals' ongemakkelijk rond zie kijken, begint het toch oncomfortabel te worden in een bootje zonder reddingsvesten.

Eenmaal onderweg werden de golven zo mogelijk nog hoger, de boot zwiepte omhoog en omlaag over de golven. De vrouw naast me riep Allah om hulp. In amper vijf minuten was ook de bovenkant van mijn kleding doorweekt, zout water droop langs mijn gezicht. Lang leve de regenhoezen om mijn bagage, jammer dat mijn eigen regenjas ver weggestopt zat.

Na een eindeloos lang half uur kwamen we in Bangsal aan. Her en der werd Allah prevelend bedankt voor de veilige aankomst. Bij het uitstappen kwam er een laatste golf water over mijn jurk heen, het zoute water prikte in mijn kapotte knieën, maar met vaste wal onder mijn voeten was dat niet zo erg meer.

In twee uur reed ik daarna in een minibus naar het zuiden van Lombok, Kuta. Niet te verwarren met zijn naamgenoot op Bali. Kuta Lombok is een klein dorpje vol surfers, backpackers, guesthouses, kleine eethuisjes annex winkel en surfboard verhuurders. Gemoedelijk, laid-back, relaxed, langzaam. Precies zoals een stranddorpje moet zijn. Ook hier geen postzegels voor de ansichtkaarten die ik al ruim een week bij me heb. Het is zo klein dat Lonely Planet niet de moeite heeft genomen om een plattegrond bij te voegen, dat zegt genoeg.

Het water in de baai is warm en helderblauw, gelukkig begint dat nog niet te vervelen. Er staat een heerlijke zeebries en ik heb een kamer met bijna-zeezicht, ik moet ervoor van mijn terras af, je kunt tenslotte niet alles hebben. Overdag wandel ik rond de baai, lunch ik aan zee, brei of lees ik wat en probeer ik te verzinnen wat de volgende halte gaat zijn. Ik heb 'nog maar' twee weken en er zijn opties om nog minstens vier weken te vullen met mooie stranden en goede boeken.

zaterdag 6 september 2014

Het azuurblauwe sprookje

Alsof ik in een sprookje leef. Gili Meno is het buitenaards paradijs dat tot afgelopen zondag alleen in gephotoshopte tijdschriften bestond. In een flink uur ben je het hele eiland omgelopen. Witte zandstranden rondom, helderblauwe zee rondom, een uitermate fijne sfeer, geen lawaaierige feesten tot diep in de nacht, geen motorvoertuigen, geen massa's toeristen. Rust, slechts opgeschrikt door vijf oproepen tot gebed door de moskee, kraaiende hanen in de ochtend en ruige golfslag bij hoog water.

Veel gebeurde er niet, deze afgelopen week. Ik las twee boeken en begon in een derde. Ik lag op het strand, dobberde op de azuurblauwe golven, zocht schaduw onder een palmboom. Ik dronk vers vruchtensap bij strandtenten, at de beste pizza's buiten Italië (en perfecte tarte flambée!) en at voor het eerst in maanden een Magnum. Ik liep een week op blote voeten en sporadisch op teenslippers. Gewoon, omdat het kan hier.

Vrijdag telde ik mijn geld, checkte bij Abdul nog een keer de prijs van mijn bungalow en rekende uit dat ik nog tot maandag zonder pinautomaat kon. In het paradijs zijn geen pinautomaten, dat het duidelijk is. Vandaag boekte ik vervoer naar het zuiden van Lombok, maandag ga ik na acht nachten Gili Meno verlaten, op naar nog meer mooie stranden.Tot die tijd lees ik nog wat pagina's weg, smeer mijn flesje zonnebrandcrème leeg en geniet nog wat meer van de ongewoon relaxte eilandsfeer hier.

maandag 1 september 2014

Modus: Relaxxxx

Zondag kwam ik na een dag reizen in een bus en twee boten/bootjes aan op Gili Meno, een paradijselijk klein eilandje voor de kust van Lombok. Ik vond een goed onderhouden bungalow bij Rawa Indah, waar Abdul me tot zijn familie rekende voor de komende week. Anderhalve minuut lopen naar het strand. De familie heeft een handvol bungalows die hier in de voksmond 'A-frame hut' genoemd worden. De foto onder dit bericht verklaart die naam ongetwijfeld. Ze staan zo ver uit elkaar dat ik me afvraag welke nog tot zijn grondgebied behoren en waar het territorium van de buurman begint. Her en der scharrelen kippen, haan en kuikens rond, in afwachting van de aanvoer van nieuwe satéstokjes. Intussen lopen ze af en toe mijn en andere bungalows binnen als de deur open staat.

Afgezien van duiken en snorkelen is er op deze vierkante kilometer land in zee werkelijk niets te doen. Laat ik daar nou inmiddels erg goed in zijn, dat niets doen. Boek open, vers sapje op tafel, af en toe een blik om me heen, een uurtje op het strand liggen, een verfrissende duik in het blauwe water, aan het eind van de middag een (koude) douche in de bungalow, 's avonds diner aan zee en afsluitend nog wat breien met een kopje thee op mijn veranda. Poeh, drukke dagen hier!

Er groeit op dit eiland niks, afgezien van kokosnoten en kippen. Alles moet worden ingevoerd vanuit Lombok, met kleine bootjes, want grote boten kunnen het strand niet bereiken door het ondiepe water. Je vraagt je af waarom hier vijftig jaar geleden ooit mensen zijn gaan wonen, er is niet eens natuurlijk zoet water... Het is raar om te bedenken dat zelfs het douchewater met een bootje moet worden aangevoerd, het maakt dat je extra zuinig bent met wat er is.

Er zijn geen auto's, scooters of andere lawaaimakers. Slechts een stuk of tien paard-en-wagen combinaties en een paar fietsen vormen het snelle vervoer. Gelukkig is het hier dusdanig klein dat je in anderhalf uur rond het eiland gelopen bent. Er is een hele kleine kliniek, maar ik vrees dat ze niet meer hebben dan pleisters en gaasjes, met een beetje geluk een tetanusprik. Bij het strandje waar de boten aanleggen is een kleine winkel waar ze het broodnodige van muggenspray tot cola verkopen. Her en der op het eiland zijn wat miniwinkels met een nog schraler aanbod. Geld pinnen is hier onmogelijk, twee keer per dag gaat er een boot naar een ander eiland met pinautomaat (geen garantie dat de automaat vol is).

Wat ze hier in overvloed hebben raad niemand....... echte houtenoven pizza's! Een beetje zichzelf respecterend restaurant hier heeft zijn eigen houtoven. Italië is er niks bij, echt. Knapperige pizza's met lekkere randjes en goede tomatensaus, heerlijk! Ik denk niet dat ik het afgelopen halfjaar betere pizza's gehad heb. Niet denken dat ik nu mijn hele verblijf hier pizza's ga eten hoor, ze hebben ook lekkere wraps en scharrelkipsaté (juist, die kipjes...).

Conclusie: ik vermaak me hier nog wel even.

zaterdag 30 augustus 2014

Ubud: Artistiek, creatief, groen en zen

Na Lovina wilde ik eigenlijk direct Bali ontvluchten. Weg van de toeristen, weg van de commercie. Tot iemand zei dat Ubud rustiger was en dat je er mooie souvenirs kon kopen. Vooruit, ik ging het een kans geven voor een paar dagen. Ik heb immers de vrijheid om gewoon weg te gaan als het me niet aanstaat. In het hotel in Lovina regelde ik een plekje in de minibus en woensdagochtend reed ik in drie uurtjes naar Ubud.

Mijn overnachtingsadres, Candra Asri Bungalows, lag langs een smal paadje net van de winkelstraat af. Vanaf de veranda voor mijn bungalow had ik zicht op een oase van groene planten en even verder de immer groene rijstvelden. Voor mij was het hiermee goed, zelfs als Ubud tegen zou vallen, kon ik me op de veranda best een paar dagen vermaken met een boek.

Maar Ubud valt verre van tegen. Ubud is heerlijk! Zo'n plek als Melaka in Maleisië of Puerto Princessa in de Filipijnen, een plek waar je langer en nog langer wilt blijven. Om te beginnen is de sfeer er prettig. Er zijn behalve veel toeristen ook de nodige expats en vastgeroeste hippies, er zijn backpackers en luxe reizigers en alles smelt samen in de straten van Ubud.
Op straat wordt er heus wel eens gevraagd of ik een taxi wil, maar er is niet dat gezeur om tours of winkels waar ik in Lovina zo flauw van werd. Zelfs als ik hier een winkel in loop, kan ik gewoon rondkijken zonder dat direct de verkoper met rupiahtekens in zijn ogen naast me staat. Want leuke winkels zijn hier genoeg. Echte mooie boetiekjes met unieke spullen, van tassen tot zeep en van sieraden tot handgebonden notitieboeken. Als je van je geld af moet of nog ruimte over hebt in je rugzak, is Ubud de juiste plek.

Er zijn hippe restaurants waar écht goed eten geserveerd wordt. Na een maand lang eenvoudig eten bij kleine warungs en eetstalletjes is dit pure luxe. Drie euro voor een hoofdgerecht, dat was lang geleden! Dat klinkt vast heel raar... Maar het is het waard, want het eten is erg goed. Er zijn groene restaurants waar je bamboe rietjes in je drinken vindt en waar biologisch, slow, ayurvedisch of anderszins verantwoord gekookt wordt. Voor het eerst eet ik weer dagenlang 100% vegetarisch zonder ver te hoeven zoeken of eindeloos tempeh te moeten eten.

Hier in Ubud wonen creatieve mensen, mensen met unieke ideeën en genoeg geld om deze ten uitvoer te brengen. Voor de relaxede sfeer zijn er overal yogalessen, meditatielessen en andere rustgevende activiteiten. Tussen de winkels, cafés en yogaplekken door staan kleine tempeltjes waar offerbakjes worden neergelegd en waar de geur van wierook overheerst. Eeuwenoude tradities die zich niet laten inhalen door de 21e eeuw.

Vergeleken met Java is dit een totaal andere wereld, het lijkt in niets op het Indonesië waar ik de afgelopen maand was. Het is net of ik een ander land ben binnen gegaan. Toch is het hier net zo goed fijn, op een andere manier. Het is wereldser, mondain bijna. Uiteindelijk is Ubud gewoon een dorp, waar om negen uur 's avonds de lichten doven en de stilte overheerst.

Ik ga morgen en de komende 2 à 3 weken eerst op zoek naar paradijselijk mooie stranden op en rond Lombok, maar voor ik naar Bangkok vlieg kom ik terug naar Ubud. Beloofd.

dinsdag 26 augustus 2014

Over een luxe bungalow, roestige veerboten en een toeristenfuik

Nadat ik in Malang vier nachten voor een bodemprijs (3 euro en een beetje) in een hostel sliep, kocht ik in Kalibaru twee nachten luxe in.
De rit van Malang naar Kalibaru was er één met hindernissen. Halverwege het eerste stuk naar Jember vulde de bus zich plotseling met rook en binnen een minuut maakte de chauffeur een noodstop langs de drukke weg met de schreeuwende mededeling "eruit, eruit!". Uit de achterkant kwamen inmiddels dikke rookwolken en na een plens water mochten we gauw de bus in om bagage veilig te stellen. De bus was onbruikbaar en een nieuwe bus liet eindeloos op zich wachten. De nieuwe bus kwam vlak voor mijn overstappunt in Jember in een stilstaande file terecht en in Jember keek iedereen alsof er in geen tijden een blanke gepasseerd was. De laatste twee uur in de rammelbus naar Kalibaru waren prachtig, door bergen en langs plantages.

In Kalibaru sliep ik in een heus resort op een voormalige specerijen plantage. Dit had helemaal niets meer te maken met backpacken, ik verbleef tussen groepsreizigers uit Nederland en Duitsland, mensen die me meewarig aankeken toen ik zei dat ik gewoon met de bus was gekomen. "Is dat niet heel gevaarlijk dan, in je eentje? Hoe weet je dan waar je eruit moet?" Ik heb ze maar niet gezegd dat de bus en mijn bagage bijna in vlammen op waren gegaan... Mijn bungalow was ruim, mooi en comfortabel en het zwembad was bijna naast de deur. Een fijne plek om van te genieten.

Zondag kreeg ik een uitgebreide rondleiding over de plantage. Langs kruidnagels en nootmuskaat, vanille en peperkorrels, koffie, cacao en rubber. De gids sneed schors van de kaneelboom en liet het me ruiken, heerlijk! Het is interessant om te zien hoe deze bomen en planten groeien. Ze hadden er zelfs koeien, waarvan de melk gebruikt werd om mozzarella te maken voor bij het ontbijt. En schapen voor het vlees, ik zag alleen nergens schaap op de menukaart staan...
Verder is Kalibaru maar een klein gehucht, 4000 inwoners heeft het. Ik liep over de markt en at rijst met groente en pindasaus bij een warung waar me van alles gevraagd werd over het resort. Het ging ze er vooral om hoe duur het eten was, want het gerucht ging door het dorp dat het eten er duur en slecht was. Ik kon dat beamen, daarom kwam ik in het dorp eten.

Maandagochtend nam ik de trein naar Banyuwangi, het eindpunt van Java en het vertrekpunt voor de ferry naar Bali. Een uitermate dubieuze boot in woest water, het perfecte recept voor een kort nieuwsberichtje in Nederlandse kranten... Gelukkig was het maar een uur varen tot we Gilimanuk op Bali naderden. Het eigenlijke plan was door te reizen naar Padangbai en daar dinsdag een ferry naar Lombok te nemen. Maar toen ik op Bali aankwam schoof ik een tijdzone op en was het ineens al 15.00h 's middags. Ik had geen zin om nog minimaal 5-6 uur onderweg te zijn, zonder hotelreservering voor die avond. Ik nam uitendelijk een bemo naar Lovina, langs de noordkust van Bali, waarvan mensen zeggen dat het er rustiger is dan in het zuiden.

Ik wil niet weten hoe druk het in het zuiden is. Als dit hier al als rustig bestempeld wordt, kan het zuiden alleen maar een nachtmerrie zijn. Op straat hoor ik veel Nederlands, afgewisseld met wat andere talen. Iedereen probeert me hier een boottocht aan te smeren, of duiklessen of snorkeltrips. Als ik aangeef niet te duiken of snorkelen en geen dolfijnen wil zien, krijg ik de vraag wat ik hier dan kom doen. Ehm ja... Padangbai was te ver weg en nu ben ik hier? Zoiets?

Maandagavond sliep ik in een net iets te goedkoop hotel met bedenkelijke badkamer, dinsdagochtend wilde ik verhuizen naar een andere plek, maar dat ging niet door. Ik liep langs het strand, vond een 100% vegetarisch restaurantje met heerlijke menukaart, negeerde alle 'mannetjes' met hun aanbiedingen en ik vocht tegen de nogal aanwezige muggen. Maar ook deze tweede dag raakte Lovina me niet. In de namiddag regelde ik een minibus naar Ubud voor woensdag en boekte ik vier nachten in een wat duurder hotel. Misschien gaat dat beter lukken. Het plan is om na Ubud naar Lombok te varen, daar moet het rustiger zijn. Naar horen zeggen...

(Foto's van boven naar beneden: bungalow op de plantage, de plantage zelf, nootmuskaat en foelie, dicht opeengepakt in de bemo naar Lovina, het vulkaanzand-strand aldaar)



vrijdag 22 augustus 2014

To the moon and back

De Bromo, een actieve vulkaan die zo om de zoveel jaar plotseling nog actiever wordt en zo nu en dan een mensenleven of twee grijpt. Gelegen in de grote oude Tenger krater met nog twee andere vulkanen, de (ik dacht dode?) Botok en de actieve Semuru, de hoogste berg van Java. Precieze hoogtecijfers mogen jullie zelf zoeken.

Donderdag op vrijdag vertrokken we (twee Oostenrijkers, één Nederlander en ik) om middernacht in een Toyota 4WD uit Malang via de onontdekte zuidwestelijke route naar Bromo. Van slapen kwam het in de jeep niet, de weg was erg slecht of ontbrak compleet. We worden van links naar rechts door elkaar geschud en zijn aan het eind van de dag weer wat blauwe plekken rijker, soms zou een veiligheidsgordel best een goed idee zijn. Deze route wordt maar weinig gereden en we komen tijdens de drie uur durende rit geen levend wezen tegen, we zijn de enige auto in het donker. We stuiteren dwars door de duisternis over steeds smaller wordende paden, tot de weg helemaal verdwijnt en we op een zandspoor komen door de uitgestrekte Tenger krater. De chauffeur weet hier blindelings de weg, zelfs als het zo mistig wordt dat we hooguit drie meter vooruit kunnen kijken. Dit is geen plek om autopech te krijgen, mobiel bereik is minimaal en het duurt zeker drie uur voor er hulp is.

Eenmaal boven op het 'sunrise point' is het koud, heel erg koud. Vier graden om precies te zijn. Ah, daarom kreeg ik van een andere reiziger in Surabaya haar setje sjaal en handschoenen! We zijn er iets na drie uur en de zonsopgang start ergens in de buurt van vijf uur. We drinken thee en als het drukker aan het worden is, gaan we op zoek naar een goed plekje om de zonsopgang te kunnen zien.
Heel idyllisch was de plek uiteindelijk niet: we stonden met honderden mensen op hetzelfde plekje te vechten om het beste zicht. Uiteindelijk hebben we allemaal dezelfde foto, een magisch kaal vulkaanlandschap verlicht door de eerste zonnestralen van deze vrijdag.

Na de fotosessie gaan alle jeeps dezelfde weg terug de Tenger krater in en verder over de 'Sea of Sands', een eindeloze mulle zandvlakte met grijze vulkaanas. Vanaf hier moeten we lopen, of tegen flinke vergoeding op een armetierig paard. We ploegen door de dikke laag zandstof tot de trap met 253 treden. Gelukkig is het nog vroeg en laat de middaghitte het voorlopig afweten. Eenmaal boven staan we aan de rand van de krater van de Bromo. Om ons heen niets anders dan een kaal maanlandschap en zicht op de Botok vulkaan, direct naast de Bromo. Geen bomen, geen struiken, geen huizen. Tot in de verste verte niets anders dan leegte, zand en vulkanische as. As en stof dwarrelen door de lucht en voorzien onze kleren, voeten, brillen en huid van een dun laagje grijze troep. Het knarst zelfs tussen je tanden.

De Bromo is actief, aan de kraterrand hoor je het binnenste borrelen en zie je grote witte wolken opstijgen. Af en toe komt er een bijna verstikkende hoeveelheid zwaveldamp mee, hoestend grijpt iedereen direct naar mondkapjes en sjaals om door te ademen. Het is indrukwekkend wat natuurkrachten voor effect kunnen hebben. Nadat iedereen de omgeving op zich in heeft laten werken, gaan we ook hier dezelfde weg terug naar de jeep. Er staan tientallen jeeps, dus onthouden welk nummerbord je moet hebben of welke kleur auto het is, kan geen kwaad. We rijden dezelfde weg terug naar Malang, maar nu bij daglicht. Wow, hier hebben we net in het aardedonker gereden! Het landschap is prachtig en als we tijdens een fotostop om ons heen kijken en nergens een teken van leven zien,  is de stilte des te indrukwekkender. We stoppen nog bij een waterval en tempel, maar na het desolate landschap van een uur eerder, maakt dit totaal geen indruk meer. Hoe dan ook: het is fijn om de benen even te strekken tijdens de verschrikkelijk hobbelige rit.

donderdag 21 augustus 2014

Van Yogyakarta naar Surabaya naar Malang

Zaterdagmiddag nam ik de trein van Yogya naar Surabaya. Opnieuw in de duurste 'eksekutif' klasse, omdat alle andere kaartjes uitverkocht waren. In Surabaya gaf ik het adres van mijn guesthouse aan een taxichauffeur en een kwartier later stond ik binnen het grote hek. Het was inmiddels 21.10h en ik had het gevoel dat er pas een halve dag op zat. Helaas dwongen de overdadig aanwezige muggen me op tijd in bed, veilig achter het muggengaas.

Zondag was het Onafhankelijkheidsdag. De dag waarop Soekarno in 1945 de onafhankelijkheid in gang zette. Ik had iets meer feestelijkheden verwacht, maar misschien waren we (twee andere reizigers en ik) gewoon op de verkeerde plek, dat kan ook. Ik bracht uiteindelijk veel tijd door op de fijne binnenplaats van Krowi Inn, het schoonste guesthouse van het land. Echt onvoorstelbaar netjes, zeker naar Indonesische begrippen. De housekeeper nam zelfs elke dag de kozijnen af met een doekje, dat doe ik thuis hooguit eens per maand...

Maandag nam ik een taxi naar het 'House of Sampoerna', een voormalig weeshuis waar nu een kretek fabriek in zit. Kruidnagelsigaretten, de typische geur van Indonesië. Ik kreeg een privé rondleiding door het museum en over de werkvloer waar tientallen vrouwen ijverig met de hand sigaretten rolden, gemiddeld 300 sigaretten per persoon per uur! Je vraagt je af waarom deze kretek sigaretten goedkoper zijn dan gewone sigaretten die machinaal vervaardigd zijn...

Net als bij Bandung, schreef Lonely Planet ook over Surabaya geen al te enthousiaste tekst. Ik snap het niet zo goed, want deze stad is heel levendig en er zijn veel mooie gebouwen en pleinen te zien. Het centrum is een verzameling moderne kantoorgebouwen, dure hotels en glimmende winkelcentra. Ten noorden van het centrum zijn veel koloniale panden te vinden, evenals een Chinatown en Arabische wijk. Er is geen duidelijk openbaar vervoer, maar voor één à twee euro ben je met een taxi overal. Mensen spreken er weinig Engels, maar als je een warung binnenloopt snappen ze echt wel dat je daar komt voor een bord eten en niet voor een tube tandpasta. Helaas komen er maar mondjesmaat wat verdwaalde toeristen naar Surabaya (in het guesthouse waren we maar met drie gasten). Als iemand weet waarom, wil ik graag een uitleg.

Dinsdagochtend nam ik om half 7 een taxi naar het rommelige busstation van Surabaya. Ik vroeg wat rond en nam de eerste de beste 'patas' bus (airco) naar Malang, een kleine stad ten zuiden van Surabaya. Onderweg praat een oud manneke me de oren van het hoofd als hij hoort dat ik Nederlands ben. Hij spreekt nog erg goed Nederlands en vertelt zuchtend dat hij in de jaren '50 in Amsterdam is geweest en nog wel eens spijt heeft dat hij daar niet is gebleven. Ach ach...

Malang is een prettige kleine stad, woensdag maak ik een rondwandeling met studente Andri die later graag tourguide wil worden en nu 'gratis' (je mag zelf weten hoeveel je betaalt) wandelingen begeleidt. 's Middags werd ik onverwachts meegevraagd naar een kleine school in een kampong buiten de stad, ik werd lijdend voorwerp in twee Engelse lessen: "Please ask miss Jody some questions". Tussen de lessen nam de docent me mee naar zijn huis en kon ik aanschuiven bij het avondeten. Had ik al gezegd dat de mensen hier zo lief zijn? 

Verder is Malang natuurlijk een goed uitgangspunt voor de Bromo vulkaan. Ik vroeg wat rond in het (mooie en gezellige) Kampong Tourist hostel en had in no time een groepje van vier bij elkaar. Zo drukken we de kosten van een jeep naar de Bromo. Vannacht om 12 uur vertrekken we. Er is ons op het hart gedrukt warme kleding mee te nemen en genoeg water. We krijgen een mondkapje voor stof en eventuele zwaveldampen. 

De rest van deze donderdag gebeurd er niet veel meer, met het vooruitzicht op een nacht doorhalen in een hobbelige jeep over slechte wegen. Ik ging nog even naar de vogeltjesmarkt, at bij een straatkarretje en spendeerde mijn middag in het hostel.

vrijdag 15 augustus 2014

Een weekje Yogya

Deze week was ik supertoerist. Samen met honderden of misschien wel duizenden anderen.
Ik ging naar het paleis van de sultan, de 'kraton', ik wimpelde volleerd alle becak rijders (fietsriksja's) af, ik ontweek alle mannetjes die me naar een batikwinkel wilden sturen, ik zag de zonsopgang en de beruchte Merapi vulkaan, ik zag de Borobudur waar het om half 7 's ochtends al stervensdruk was, ik dwaalde door kleine straatjes in het centrum, ik at voor 80 eurocent de lekkerste borden/bananenbladeren met eten op straat en at voor het vierdubbele in toeristenrestaurants, ik wachtte drie uur op het station om een treinkaartje te kopen, ik bracht twee dagen en ettelijke uren door bij het Kantor Imigrasi om mijn visum met nog eens 30 dagen te verlengen en ik spendeerde heel wat uren in het luxe hostel met grappige muurschilderingen en fijne lounge.

Vanaf morgen verlaat ik de toeristenpaden even en ben ik weer reiziger. Op naar Surabaya, met de trein!

donderdag 7 augustus 2014

Een dagje toeren

Ik zat voor het eerst in mijn leven achterop een scooter, had voor het eerst in mijn leven een helm op en had een geweldige dag in de bergen!

We kookten eitjes in de warmwaterbronnen van Kawah Rengganis, een dorpje waar ik met de 'chief' op de foto moest. We reden door theevelden die ooit in koloniale tijden door Hollanders zijn geplant (of: laten planten). Ik reed door het boek 'Heren van de Thee' van Hella S. Haasse. We voelden hoe de zwaveldampen al na tien minuten op neus en keel sloegen bij Kawah Putih, een surrealistisch blauwwit vulkanisch kratermeer. We lunchten met nasi padang en chauffeur Bubi (of Bobi, ofzo) vroeg zich af waarom we in Nederland rijst met mes en vork eten, met je vingers is toch veel makkelijker? Als afsluiter plukten we aardbeien bij een kwekerij en zigzagden op de scooter terug naar Bandung.