Posts tonen met het label Maleisië. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Maleisië. Alle posts tonen

woensdag 4 mei 2016

Azië, ik kom eraan!

Zitten jullie er klaar voor? Het wordt wel weer eens tijd voor Azië, al zeg ik het zelf. Het is tenslotte alweer 1,5 jaar geleden dat ik vanuit Bangkok terug vloog.

Daarom: nog drie nachtjes en ik vlieg naar Kuala Lumpur! Twee nachten om even bij te slapen en met een Maleise vriendin wat te eten. Dinsdag vlieg ik door naar Medan, Indonesië. Vanaf daar is er geen planning meer. Beste vriendin Eva zwerft ook over het noordelijk deel van Sumatra, dus het is de bedoeling dat we in de dagen die volgen elkaar ergens gaan ontmoeten om samen verder te reizen tot eind mei.
Na drie weken in Indonesië vliegen we beiden verder. Zij naar Thailand, ik door naar Penang, Maleisië. Gewoon, omdat je in Penang zo lekker kunt eten. Na een week in Maleisië, vlieg ik begin juni weer terug naar Nederland.

Het klinkt allemaal best heel georganiseerd, al zeg ik het zelf.
En ik heb er zin in!

donderdag 2 oktober 2014

Dag Azië, tot gauw!

De zes maanden zitten er al op. Morgen vlieg ik naar Nederland. Morgen! Onvoorstelbaar.
Terug naar Hema en Albert Heijn, naar mijn naaimachine en keuken. Terug naar mijn fiets en naar georganiseerd verkeer. Zomaar wat kleine dingen die ik miste. Maar ik mis ze nog niet zo heel erg, ik zou nog wel een maand of wat verder kunnen reizen. Naar Taiwan, Japan of Hongkong.

Terug naar mijn eigen bed. Ik kan me er nog niets bij voorstellen. Het is te ver weg. Vreemde bedden zijn mijn eigen bedden geworden, met mijn eigen wekker en boek ernaast. Vreemde douches werden mijn eigen douche door simpelweg de inhoud van mijn toilettas uit te stallen. Overal had ik vaste cafeetjes en restaurants, waar het personeel me na een paar dagen herkende. Eetstokjes en vingers werden het nieuwe bestek. Thuis is overal waar het comfortabel is.

Azië was geweldig. Dit halve jaar was prachtig. Onvergetelijk. Bijzonder. En te kort.
Ik kan hele waslijsten maken van wat ik ga missen, te beginnen bij streetfood voor een euro, halverwege staat het zoete fruit en aan het eind de oprecht lieve mensen overal. Dan vergeet ik nog honderden andere mooie, leuke, fijne en goede dingen hier. Oh, en het klimaat natuurlijk.

En toch... er zijn ook dingen die in Nederland fijn zijn. Toiletpapier in de pot kunnen gooien zonder dat de riolering verstopt raakt. Geen zorgen om potentieel gevaarlijke muggen. Echte vegetarische maaltijden zonder stiekeme vissaus, verpulverde garnalen of kippenbouillon. Op Buienradar kunnen zien dat het over exact twintig minuten gaat regenen. Een warme douche wanneer ik maar wil. Autogordels. Elke 30 minuten een trein. Een ambulance binnen 10 minuten. Veilig kraanwater. We staan er in Nederland niet altijd bij stil wat we wél hebben.

Maar Azië en Europa zijn niet te vergelijken. De één is niet beter dan de ander. Ook niet slechter. We zijn allemaal mensen en maken overal het beste met wat er voor handen is. In de Filipijnen betekent dat koud douchen bij kaarslicht, in Nederland betekent dat het elektriciteitsbedrijf bellen als er geen stroom is. In Indonesië vertrekt de bemo chauffeur niet voor er genoeg passagiers zijn, in Nederland zijn we boos als de trein een kwartier vertraagd is. We handelen overal ter wereld met wat er beschikbaar is en weten overal wat we wel en niet kunnen verwachten.

De zon schijnt vandaag.
Laat ik er nog maar eens van genieten.
Het voelt bijzonder goed hier.
Morgen is nog heel ver weg.

maandag 28 juli 2014

Selamat Hari Raya!

"I want to invite you to my mother in law house. I can pick you up at Taman Melati station. It's about half an hour ride from Masjid Jamek station (heading to Gombak)."

Zo werd ik door Atikah uitgenodigd om het einde van de Ramadan - Hari Raya - te komen vieren bij haar schoonmoeder thuis. Samen met de rest van hun familie. Maandagmiddag rond theetijd.
Dus ging ik maandagochted nog gauw op zoek naar iets zoets om mee te nemen. Volgens de dames bij de receptie waren dadels een goed idee, in de Central Market zouden ze die moeten hebben. Intussen zocht ik het minst gehavende kledingstuk uit mijn rugzak (dat klinkt dramatsicher dan het is, er zit alleen overal wel een gat in), ik voorzag mijn nagels van een subtiele parelmoerglans en kocht op diezelfde Central Market een nieuwe armband en dunne shawl. Ik zag er weer als nieuw uit.

Om half drie stapte ik in de trein en om drie uur zag ik Atikah weer, na precies zeven weken. Haar man reed ons door een woonwijk naar het huis van zijn ouders. Schoonmoeder stond ons in de deuropening op te wachten. Ik kreeg drie zoenen en eenmaal binnen werd ik onthaald als een familielid dat in geen jaren thuis was geweest. Lieve familieleden kwamen uit alle hoeken en gaten tevoorschijn om deze 'orang Belanda' te bewonderen.
Ik zat nog maar net of ik kreeg een bord met kip en gestoomde rijst in mijn handen, gevolgd door plakrijst en pindasaus. En dat weer gevolgd door cheesecake, chocoladecake, kokoskoekjes, ananaskoekjes, pindakoekjes, pindasnoepjes en vruchtensap. Ik zat bomvol, dat behoeft vast geen uitleg.

Het voelde een beetje zoals kerst in Nederland. Ik vraag me alleen af of we als Nederlanders zomaar een 'vreemdeling' zouden uitnodigingen aan het kerstdiner? Ik kende Atikah al ongeveer een jaar via Instagram, maar we ontmoetten elkaar pas zeven weken geleden voor het eerst 'in real life'. Zijn we in Nederland net zo gastvrij als de mensen die ik vandaag ontmoet heb? Ik durf er geen ja of nee op te antwoorden.

zaterdag 26 juli 2014

Dwalen in Melaka

Sommige plaatsen voelen als thuis, Melaka is daar zeker één van. Ik ben hier nu een week en ik wil eigenlijk nog niet weg. Niet dat er zoveel te zien is hoor, met een dag ben je wel door de 'attracties' heen.

Het is hier vooral de sfeer. De rust die over het centrum valt als de weekendtoeristen uit Singapore zondagavond naar huis zijn. Die kleine eethuisjes waar je zo aan voorbij loopt. Die Chinese meneer die mijn hand wilde vasthouden om te bidden voor de Nederlandse slachtoffers van MH17. De vele galerieën en ateliers vol mooie dingen. De nieuwsgierigheid waarmee je benadert wordt als mensen door hebben dat je langer dan de gemiddelde één of twee nachten blijft. Het vele lekkere eten hier (ok, die rare 'satay celop' was niet zo'n succes) en de fruitkraam op de hoek.

Melaka is thuis. Overzichtelijk, geen chaotisch verkeer, alles wat ik nodig heb is binnen loopafstand te vinden. En niet te vergeten een fijn guesthouse, want uiteindelijk valt of staat een reis met de plek waar je slaapt. Roof Top Guesthouse was perfect. Overal groene planten, inclusief sanseveria's. Een fijne dorm waar ze met gemak 10 personen konden laten slapen, maar waar slechts vier eenpersoonsbedden stonden. Er kwamen -en gingen- gezellige roommates. Een dakterras met nog veel meer planten, plus tafels en stoelen natuurlijk, en speciale ruimte om je eigen was te doen. Een ruime keuken en woonkamer met gratis thee, koffie, fruit en elke middag een nieuwe schaal verse cakejes/brownies/muffins.

Thuis. Dat is het hier. Ik zou hier best langer kunnen blijven, dat gaat geen pijn doen. Ironisch genoeg ga ik straks met de bus naar Kuala Lumpur terug, naar het BackHome hostel. Mijn andere thuis.


zondag 20 juli 2014

Eten in Melaka

Zondagavond. Ik heb trek en ga rond zes uur de straat op voor wat eten. Met het idee dat ik dan nog net de grote drukte voor ben. Zonder duidelijk doel loop ik rond, kijk her en der naar binnen om te zien of er tekenen van een restaurant zijn en slenter langzaam door de straten van Melaka. Veel eethuisjes zijn niet direct herkenbaar aan grote uithangborden of knipperende neonreclames. Je loopt er zomaar aan voorbij.

In Jalan Hang Kasturi, tegenover Calanthe Art Cafe (dat was vanochtend geen aanrader qua ontbijt, dat u het allen weet) valt mijn oog op een schaafijs machine en een bordje 'cendol'. Ha, daar is eten! Voorzichtig loop ik de ruimte binnen, de hoge houten drempel over. Binnen zitten twee stokoude mensjes achter een bord rijst met curry. Meneer lacht zijn laatste drie tanden bloot en maant mij met gebaren gauw te gaan zitten op één van de houten krukjes. Mevrouw staat intussen zichtbaar moeizaam op en vist ergens een verkreukelde menukaart vandaan.

Heel even twijfel ik. Het tafereel zag er bijna aandoenlijk uit toen ik binnen kwam, hou ik ze nu niet van hun avondmaaltijd? Ze zaten zo gezellig naast elkaar en nu komt er zo'n verdwaalde toerist binnen die wat moet eten. Een heel kort moment voel ik me indringer.
Ik bekijk de acht gerechten die op de kaart en kies -bij gebrek aan een vega optie- voor de 'Hainan Chicken Rice Ball'. Geen idee wat dat mag zijn. En een glas koude groene thee, zonder suiker graag. Mevrouw roept mijn bestelling richting een ruimte achter het te korte vliegengordijn. Ze gaat daarna zelf gelukkig weer naast haar man zitten om verder te eten.

Terwijl ik wacht valt me de zachte jazzmuziek op, een soort 'east meets west' variant. Heel subtiel, verre van overheersend. Het vult de eetruimte met een fijne sfeer, alsof ik thuis ben bij deze twee mensen en hun kok. Aan de wand hangen foto's uit vroeger tijden, naast geweven attributen gedecoreerd met rode Chinese karakters. De vloer is groen en vormt een perfect contrast met de rode details aan de muren. Ik zit eens niet op een plastic krukje, maar op een zwarte houten variant waar het Zweedse Meubelwarenhuis vast jaloers op zou zijn.

Mijn eten komt. Een oranje bord en mooie eetstokjes van tropisch hardhout. Ik smikkel de rijstballetjes weg (eindelijk een variant van rijst die fatsoenlijk met stokjes gegeten kan worden!) en haal de kip door de groene pepers in het kleine schaaltje. Heerlijk! Heerlijk! Bij elkaar ben ik 7,50 ringgit kwijt, 1,75 euro.

Geen idee hoe dit eethuisje heet, maar mocht iemand in de buurt komen: tegenover het niet te missen Calanthe Cafe moet je zijn. Ik herhaal: tegenover, niet bij!
Ik ga hier de komende dagen vaker heen, de andere zeven gerechten proeven.

maandag 7 juli 2014

Met de boot

Het leek zo simpel: ik reserveerde online een bootticket naar Tioman, ik ging zondag met de bus naar Mersing (de haven), ik zocht een hotel voor één nacht, ik haalde mijn boottickets af in het havenkantoor en werd verzocht maandag een uur voor vertrek aanwezig te zijn. Appeltje eitje, toch?

In de praktijk was alles iets gecompliceerder. Ik nam, zoals het een echte Nederlander betaamd, ruim 1,5 uur voor vertrek plaats in de wachtruimte op het haventerrein en pakte een boek.
Langzaam begonnen de andere passagiers binnen te druppelen. Een enkeling had behalve zijn bootticket ook een groen papiertje in zijn hand, ik schonk er weinig aandacht aan. Al wachtende zag ik steeds meer buitenlanders teruglopen naar de ingang en ook met groene papiertjes terugkomen. Hé, dat was opvallend. Ik vroeg wat rond en er werd mij verteld dat ik een 'conservation fee' moest betalen voor het eiland dat ik ging betreden, 20 ringgit. Vooruit, ik vertrouwde mijn backpack toe aan twee Duitse jongens en ging naar het aangewezen loket. Daar bleek die 20 ringgit niet het enige, er moest nog 5 ringgit bij voor iets onduidelijks. Prima, zolang ik maar een betaalbewijs krijg, met stempels. Het zal wel iets van havengelden geweest zijn ofzo.

Ik keerde terug naar mijn plaats, bedankte de jongens voor het opletten en ging weer zitten. Intussen hadden zij nog meer informatie: je moest je ook nog registreren bij een balie. Dus... daar ging ik ook maar eens langs dan. Mijn naam, leeftijd, paspoortnummer en nationaliteit moesten genoteerd. Handig voor als we zinken. Knappe vent die de kriebelige lijst paspoortnummers kan ontcijferen, veel te kleine vakjes om een stuk of 10 cijfers en letters te noteren.
Nadat ik me ook hier geregistreerd had, werd er met dikke zwarte stift iets onleesbaars op mijn ticket geschreven en ik werd verzocht de 'conservation fee' te betalen bij een andere balie. Ja, die had ik zelf al gevonden, maar bedankt voor de informatie. Moet ik verder nog iets doen? Nee hoor, u kunt gaan zitten in de wachtruimte. Goede reis mevrouw!

Ik ging weer zitten en wachtte af. Een half uur voor vertrek ging er weer een luikje open en de duidelijk ervaring Tioman-gangers stormden erheen. Huh? Weer navragen: ah, hier moet je het bootticket omwisselen voor een boarding pass. Vooruit, dan doen we dat ook maar. Het was intussen bijna twee uur, de geplande vertrektijd, maar er was nog geen boot te bekennen. We wachten, zuchten in de hitte en wachten nog wat meer. Na een uur nadert het ronkende geluid van een boot, iedereen veert op en vormt een rij voor het hek. De bagage moet op het bovendek (tip bij het geringste vermoeden van regen: regenhoes!) en binnen ontstaat een chaotische variant van stoelendans. Misschien hadden ze de tickets beter kunnen nummeren?

Tegen half vier komen we dan eindelijk in beweging. Tergend tergend tergend langzaam... nu is de reden van vertraging te zien: het is laagwater in de riviermonding. Pas als we een flink eind buitengaats zijn bereiken we volle snelheid. We stuiteren in een kleine twee uur over de golven naar Tioman. Ik moet er bij de derde steiger af, kampung Tekek. Daar is het nog een kwartier lopen naar het laatste resort aan het strand: Babura Sea View is de komende week mijn thuis.

Mijn advies voor de haven in Mersing: iets meer informatieborden zouden geen kwaad kunnen...

dinsdag 1 juli 2014

Halverwege

Ik ben deze week halverwege mijn Grote Reis. Halverwege, bijna onvoorstelbaar! 13 weken gehad, dit is week 14 en er liggen nog 13 weken voor me. Het wordt nog steeds elke week leuker, iets dat ik nauwelijks kan bijhouden. Elke week zie ik weer nieuwe mooie dingen en het maakt allemaal nog net zoveel indruk als toen ik net in Korea aan kwam. Ik heb een prettig - en tergend langzaam - ritme te pakken en voel me hier heel fijn bij.

Tegelijkertijd ben ik ook halverwege Maleisië. Tenminste, ik dénk dat ik zo ver ben. Uiteindelijk zou ik hier best de volle 90 dagen van het visum kunnen blijven, maar dan komen mijn Indonesië plannen in het gedrang. Ik moet ergens een grens stellen, dus bij deze: uiterlijk 1 augustus wil ik in Indonesië zijn. Zo kan ik daar optimaal gebruik maken van een 30 dagen visum en een verlenging van nog eens 30 dagen.

Ik zit nu in Kota Bharu en het plan (jaja, er is een heus plan!) is om langs de oostkust af te zakken. Een korte stop in Kuantan, een paar dagen strand op het eiland Tioman, even de grens over naar Singapore en dan weer terug omhoog langs Melaka naar Kuala Lumpur. Het lijkt er intussen op dat ik een reservering op Tioman te pakken heb voor volgende week, maar 100% zeker ben ik nog niet (als ik om adres- en paspoortgegevens gevraagd word, zou het toch goed moeten zitten?).

Eerst Kota Bharu, een stad die op het eerste gezicht niet heel spectaculair is, maar als je de tijd neemt zijn hier mooie dingen te vinden. Eigenlijk werkt het overal zo: als je moeite doet, heeft elke ogenschijnlijk saaie stad zijn verborgen parels. Voordeel is dat dit soort plaatsen spotgoedkoop zijn, gisteravond telde ik uit wat ik had uitgegeven en kwam net aan de 41 ringgit, nog geen 10 euro per dag (inclusief een schoon bed, warme douche, drie maaltijden en tussendoortjes). Het is bijna lachwekkend. Ter compensatie heb ik mezelf beloofd eind deze week een luxe hotel te zoeken om de balans weer recht te trekken.

Hoofdattractie hier is de 'pasar besar', de mooiste markt van Maleisië. Rijen kramen met verse groenten en fruit (daarvan ging uiteraard een zak mee), rijst, vissen en alles wat maar in de zee leeft, kippen-met-pootjes-en-oogjes, kleding en wat al niet meer. Het was uiteindelijk niet de schoonste markt, eenmaal thuis liep ik linea recta naar de badkamer om mijn sandalen en voeten te ontdoen van kippenbloed en vissenwater. Ranzigheid, bah.

Het meest heuglijke nieuws van vandaag is toch wel dat ik een paraplu heb gekocht. Een kekke opvouwbare met donkergroene ruitjes. Ik kon 13 weken zonder paraplu - in de Filipijnen heb ik een paar keer die benauwde barbieroze regenjas aangehad - maar sinds zondag regent het ineens elke avond als ik wil gaan eten, dus ik heb toch maar wat praktischer bescherming gekocht. Waar een mens al niet blij mee kan zijn.

Nouja, ik vermaak me hier nog wel even...

vrijdag 27 juni 2014

Soms...

Soms gaan de dingen niet vanzelf.
Het werd wel eens tijd ook, want de afgelopen drie weken gingen bijna te makkelijk.

Na KL, Cameron Highlands, Ipoh en Penang wilde ik de oversteek maken naar de oostkust en daar van noord naar zuid trekken tot Singapore, om via Melaka weer naar KL terug te keren. Vanuit Penang kun je eenvoudig een minibus boeken naar Kuala Besut, de vertrekhaven voor boten naar de Perhentian eilanden.

Eilanden, daar had ik wel zin in. Ik mailde wat rond, mailde nog wat verder naar pulau Kapas en kreeg overal te horen dat alles vol zat. Ehm... ohja, het is hoogseizoen hè. Zo heel veel accomodatie is er nou ook weer niet, dus op de bonnefooi aankomen werd me afgeraden. Intussen ging plan B in werking en stuurde ik ook een mail naar Kota Bharu, een kleine stad in het uiterste noordoosten. Ik sprak met mezelf af dat het eerste positieve mailtje de gelukkige zou zijn, eiland of stad.

In no-time mailde Zeck uit Kota Bharu terug. Zijn mailadres kreeg ik in het guesthouse hier in Penang, hij heeft een goede reputatie. Hij had een bed vrij in zijn nieuwe guesthouse, 12 ringgit (2,70 euro) per nacht. Ik mailde terug dat ik zaterdag zou komen, aan het eind van de middag want ik moest uit Penang komen. Alles in kannen en kruiken, voor heel even.

Donderdagochtend realiseerde ik me dat ik niet eens had gekeken hoe ik in Kota Bharu moest komen. Ik was er klakkeloos vanuit gegaan dat er wel een bus zou gaan. Na wat surfen op internet concludeerde ik dat er maar twee bussen per dag gingen, om 9.00h en 21.00h. Slechts 29 stoelen per bus, zo'n luxe 2-1 seater. Hup, gauw naar het busstation dan en een ticket kopen voor zaterdag!

Op het Sungai Nibong busstation was het een hele toer om überhaupt een loket te vinden dat tickets naar Kota Bharu verkocht. Eenmaal bij de juiste balie bleek dat voor zaterdag alles was uitverkocht. Vrijdagavond dan? Een nachtbus... vooruit. Nee mevrouw, ook vol. Zondagochtend, ja dat kon nog wel. Moest ik wel snel beslissen, want er waren nog vier stoelen beschikbaar. Print maar direct uit hoor, zondagochtend om 9.00h is prima.

Terug in het centrum mail ik in een hip café -met een glas ananassap naast me- naar Zeck: ik kom een dag later, is dat goed? Straks niet vergeten om hier in het guesthouse direct een nacht bij te boeken, voor alles volgeboekt is.

Wat zal ik eens gaan doen, vandaag en morgen? Er is nog een mooi uitzichtpunt, maar er hangt al dagen een verstikkende laag 'haze' (smog/nevel) over de stad, uitzichtbelemmerend. Cadeautje van bosbranden op Sumatra en zuidenwind. De fijnstof waarden bereiken inmiddels ongezonde getallen. Naar het strand zou kunnen, maar Batu Ferringhi is voornamelijk een aaneenschakeling van resorts langs een zee vol kwallen. Mwoah. Eigenlijk heb ik geen zin in verplaatsingen per bus, ik wil gewoon nog twee dagen door de stad slenteren en verborgen plekken ontdekken. Af en toe in een hip café neerstrijken, heerlijk eten bij een onaantrekkelijk eethuisje en onder de airco in mijn kamer een boek uitlezen.

Jippie, nog een dag extra in Penang! Geen straf, absoluut geen straf.

dinsdag 24 juni 2014

Klam. Tropisch. Penang.

Het is adembenemend benauwd. Waar 35 graden in Kuala Lumpur en Ipoh best comfortabel voelde, is het hier net of ik terug ben in de Filipijnen. Vochtige, klamme hitte die overal zit waar je het niet wilt voelen. Een kwartier na het douchen parelen de druppels weer over mijn rug. Zweet komt uit elke porie.
Het hoort hier regelmatig te regenen, een echt regenseizoen is er niet aan deze kant van het Maleisisch schiereiland. Om de dag een bui is normaal, het maakt de hitte draagbaar. Maar volgens de mevrouw in het hotel is het al drie weken vrijwel droog. De laatste regenbui die ik meemaakte, dateert van twee weken geleden in KL. Mevrouw had het over El Nino, maar in hoeverre die hier mee te maken heeft weet ik niet. Misschien moet ik het Google Orakel er eens op los laten. Het is te plakkerig, dat weet ik wel.

Met mijn zachtblauwe bloemetjes-handwaaier wapper ik mezelf wat koelte toe. Ik kies zorgvuldig een museum met airco (Penang State Museum, Penang Peranakan Mansion, Batik Art Museum: allemaal aanraders!) Ik hou 's middags een korte siësta onder de airco in mijn kamer en pas als de zon bijna onder is ga ik ergens wat eten. Liters water gaan er doorheen en die 'ais kacang' was ook niet verkeerd om mee af te koelen. Elke avond spoel ik het jurkje van die dag uit onder de douche en hang het bij het jurkje van de dag ervoor aan de waslijn. Na twee dagen is het eerste jurkje eindelijk droog en zo circuleren mijn drie basiskledingstukken efficiënt de week door.

Penang dus. Sinds afgelopen zaterdag, tot aankomende zaterdag.
Ik mag Penang niet vergelijken met Ipoh. Ipoh was uitermate fijn. Penang is lawaaiig. Penang heeft geen stoepen. Penang is kleurrijk. Penang is anders. In Penang zijn toeristen, dat is het grote verschil. Hordes mensen, groepen die gedwee achter hun leider aanlopen, backpackers met vieze dreadlocks en toeristen met heuptasjes. Een bont gezelschap figuranten waar ik ergens tussen dwarrel. Zonder dreadlocks, leider of heuptasje.
In Penang zijn ook mooie gerenoveerde oude huizen, tempels van alle denkbare religies, felgekleurde huizen en kleine winkels waar je alles kunt kopen wat je maar nodig zou kunnen hebben. In Penang loop je van India naar China en weer terug naar Maleisië in een paar stappen. In Penang liggen hippe Europees aandoende cafés naast plastic Chinese koffiehuizen. Voor een drankje en wifi moet je bij de hippe cafes zijn en koken moet je overlaten aan de Chinezen, zo simpel is het.

Maar is een week niet wat lang? Toegegeven, als je weinig tijd hebt kun je in twee dagen door de stad vliegen. Maar dan mis je wel dat kopje thee dat iemand me bij een kleine tempel aanbood. Geen dwaaltochten door kleine straten, geen praatje met de man bij het Batik Art Museum en geen ochtend tot 11 uur in bed liggen omdat de airco zo lekker koel is. In twee dagen kun je bij lange na niet al het lekkere eten proeven en kun je niet uren in een fijn café zitten met verse fruitsapjes. Ik bevind me in de luxe positie dat het wel kan en daar geniet ik dan maar extra van.

donderdag 19 juni 2014

Ipoh, oh Ipoh

Sinds ik van huis vertrok ontmoette ik zowel in Korea als in de Filipijnen welgeteld één Nederlandse reiziger per land. Twee landgenoten in tien weken. Er waren er vast meer, maar niet daar waar ik was. Daarbij waren er sowieso weinig buitenlandse toeristen, zeker in Korea. Sinds ik in Maleisië ben, telde ik in KL en Tanah Rata elke dag -ik overdrijf niet- minimaal acht tot tien Nederlanders. Iedere dag weer. Bizar vind ik het. Naast alle landgenoten zijn er natuurlijk ook de nodige Fransen, Canadezen, Australiërs en andere vreemdelingen onderweg. De paden zijn hier duidelijk plat getreden.

Ik vond het tijd om die gebaande paden heel even te verlaten. Onderweg naar het eveneens toeristische Penang stop ik een paar dagen in Ipoh. Bekend vanwege het goede eten en de vele koloniale gebouwen. Op straat word ik aangekeken alsof men in geen tijden een buitenlander gezien heeft, iedereen groet uitbundig en vol enthousiasme word ik overal welkom geheten. De uitbaatster van een eethuisje haalde me binnen met 'hello sweety' en zag een uitgelezen kans om haar schamele Engels op mij te testen. Uit allerlei deuren kwam ineens zes man personeel tevoorschijn om mijn lunch te bereiden. De wonton noodles waren verrukkelijk en kostten me 90 eurocent.

Ik dwaal door de straten van het centrum. Veel Chinezen, valt me op. Overal zijn noodles en wontons te vinden. Ik dronk verse sojamelk en at een soort zoete pudding bij een krom vrouwtje, ze was er vast heel druk mee geweest, maar erg lekker was de pudding niet.
Er zijn winkels met Chinese prullaria en kunstbloemen, apotheken voor kruidengeneeskunde, koffiehuizen met plastic stoelen en geroosterde kippen en eenden bij de ingang. Dit alles tegen een decor van oude gebouwen uit vervlogen Engelse tijden.

Bij de Tourist Office loop ik binnen voor een stadsplattegrond en mag ik mijn naam (and country miss!) in het grote boek zetten. Snel scannend dateert de laatste Europeaan van drie weken geleden...
Via Instagram (oh waar zou ik zijn zonder Instagram?) wees iemand me op de streetart in de old town. Hij vertelde dat de schilderingen door een Litouwse kunstenaar zijn gemaakt, enkele weken geleden was hij nog bezig in Ipoh. Hij schildert nu in Georgetown, daar ga ik zaterdag heen en ik ga zeker meer van zijn werk zoeken.

Donderdag liep ik het centrum uit en kwam ik een groot warenhuis tegen, categorie Bijenkorf. Ik vond eindelijk de navulbare drinkfles waar ik al een tijdje naar zocht. Vanaf nu geen gedoe meer met plastic flesjes die niet geschikt zijn om herhaaldelijk bij te vullen. Er is ten slotte al genoeg plastic op de wereld. Thuis had ik al zo'n stevige fles, maar die is niet mee op reis omdat ik van vorige reizen in Azië had onthouden dat je nergens kon bijvullen. Tijden veranderen: anno 2014 kon ik zowel in Korea als de Filipijnen vrijwel overal mijn fles hervullen met gezuiverd water. Hier in Maleisië is het iets meer zoeken, maar niet onmogelijk. Daarbij is het kraanwater ook niet heel verkeerd, ik heb er liters van gedronken en nergens last van.

Goed, na het warenhuis kwam ik op een nieuw terrein uit met veel hippe eetgelegenheden. Van ketens als Starbucks en Gong Cha tot lokale upmarket restaurants. De perfecte plek om even af te koelen met cendol (schaafijs met kokosmelk) en wifi, me ondertussen realiserend dat ik deze stad meer dan prettig vind.

Raar dat bijna niemand naar Ipoh komt, terwijl het echt de moeite waard is.

dinsdag 17 juni 2014

Zomaar wat plaatjes...

... van een lang weekend in de koele bergen. Tussen dichte bossen, eindeloze theeplantages en vlindertuinen.

Die 21 graden was lang geleden, in Korea voor het laatst. Vandaag maar weer afdalen naar de 32 graden. Op naar Ipoh.



zaterdag 14 juni 2014

Aan tafel!

De Koreaanse en Filipijnse keuken waren niet aan mij besteed, daar kan ik heel kort over zijn. Veel vlees en smaakcombinaties die ik niet kon waarderen (terwijl ik absoluut geen moeilijke eter ben). Ik ging naar restaurants omdat ik moest eten, dat was het. Met tegenzin bestelde ik iets waar ik eigenlijk geen zin had, omdat er niets anders was. Ondanks dat ik besloot mijn vegetarische principes tijdelijk opzij te schuiven, werd ik soms echt chagrijnig van de zoveelste menukaart met vlees en rijst. Waar mogelijk maakte ik me er makkelijk vanaf door in de keuken van het hostel een beker noodles en bakje (fruit)salade klaar te maken.

Na ruim twee maanden aanmodderen is Maleisië een ware verademing. Een eethuisje of restaurant uitzoeken is hier twee of drie keer per dag feest. Echt feest. Chinees of Indiaas als lunch, Maleis of Indonesisch als diner? Een Maleis of 'continental' ontbijt? Alles ruikt zo intens dat kiezen onmogelijk is. Zit ik net aan een heerlijke kom beef noodles, gaat er iemand met geurige wonton soup naast je zitten... die wil ik morgen!

Het lekkerst eet ik bij 'hawkers', kleine keukens met plastic stoelen, plastic kommen en eetstokjes en een menukaart die aan de muur hangt. Geen romantische setting en erg veel keuze is er meestal niet, maar dit zijn de plekken waar het best gekookt wordt. In elke stad of wijk zijn rijen hawkers te vinden, ieder met zijn eigen specialieit. Voor maximaal twee euro heb je een bord of kom vol dampend vers eten. De hygiëne is doorgaans prima of in elk geval acceptabel, maar als er rond etenstijd niemand zit, zou ik verder lopen.

Food courts in shopping malls zijn mijn tweede favoriet. Niet alleen omdat ze airco hebben, maar ook is hygiëne hier doorgaans wat beter geregeld. Er is eindeloos veel keuze en als je eenmaal hebt besloten wat je wilt, krijg je een dienblad met je maaltijd waarmee je zelf een tafel moet zien te vinden. Soms is dat rond etenstijd best uitdagend, maar je kunt altijd bij iemand aanschuiven. Wederom geen romantisch diner, maar absoluut een smakelijke optie. Ook hier ben je voor maximaal 10 ringgit (2,50 euro) klaar.

Ik at heerlijke nasi lemak, nasi ayam rendang, beef noodles en overheerlijke wontons. Pittige Indiase curry's en masala dosa of gado gado met lekker veel groentes. Ook het fruit moet ik niet vergeten: kleine zoete bananen zijn alom aanwezig, evenals rode harige ramboetans, felroze pitahaya en hier in de Cameron Highlands zelfs aardbeien!




donderdag 12 juni 2014

I ♥ KL

Maandag werd ik aangesproken door iemand van de receptie. "Jody, heeft iemand jou al een stempelkaart gegeven?" Stempelkaart? Vertel! Omdat ik langer dan drie nachten gereserveerd had, kreeg ik een stempelkaart. Een stempel per nacht. Bij zes stempels is de kaart vol en krijg je een gratis overnachting, direct of over een paar weken of volgend jaar. Wanneer het mij uitkomt. Nouja... zo komt het dus dat ik een volle week in KL blijf.

De indruk die ik na twee dagen hier had, was dat het vooral een grote chaos is. Overal zijn werkzaamheden, er worden in rap tempo nieuwe gebouwen uit de grond gestampt en het verkeer raast 24 uur per dag door het rode licht. Maar nu ik hier iets langer ben, zie ik logica in de puinhoop. Georganiseerde chaos, dat is wel een juiste omschrijving. Daarbij is het hier altijd ruim boven de 30 graden met een luchtvochtigheid die torenhoog is, lekker zweterig dus.

Ik vermaak me hier prima. Ik heb nog geen foto van de Petronas Twin Towers (ondanks dat ik er maandagavond recht onder was, twee verdiepingen onder de grond), maar ik heb al wel heel veel andere mooie dingen gedaan en gezien.

Het Textielmuseum en het Islamic Arts Museum (IAMM) zijn beiden erg de moeite waard. De eerste is ook nog eens gratis, dus al zou je alleen willen afkoelen in de airco dan is dat ook een optie. Voor het IAMM een tip: ga er niet lopend heen. Ik dacht dat het wel kon -het was tenslotte nog geen twee kilometer- maar er ontbraken behoorlijk wat oversteekpunten op de rondweg, de enige optie was een amper verlichte voetgangerstunnel waar niemand liep. En de route ging verder dwars door een parkeergarage, ook niet heel logisch. Terug met de taxi ging dan weer perfect.

Verder dwaalde ik rond in grote shopping malls in Bukit Bintang. Pavilion, Lot 10, Sungei Wang, etc. Elk gebouw heeft zijn eigen sfeer en soort winkels. Ik probeerde de verschillende foud courts, waarvan die in Pavilion tot nu toe mijn favoriet is. Ik liep door Chinatown, wat naar mijn idee een grote 'tourist trap' is, Jalan Petaling in elk geval. Er zijn een paar goede eetstalletjes waar je voor 5 ringgit een kom noodles hebt, maar verder heb ik in andere steden mooiere Chinatowns gezien. Ik ontdekte de 'pasar seni', central market, met zijn vele batikwinkels en mijn vaste fruitstalletje voor de deur (500 gram ramboetans voor 4 ringgit!). Ik had verwacht veel af te moeten dingen, maar alles was voorzien van een 'fixed price' (hoewel ik vermoed dat er uiteindelijk ook over de fixed price nog wel te praten valt).

Maandagavond sprak ik af met Instagrammer @atikahtan, we volgen elkaar al een jaar op Instagram en ze stond erop om mij hier in 'haar stad' ABC te laten proeven. We ontmoetten elkaar in de Suria KLCC mall, recht onder de Petronas Towers. In het food court aten we eerst 'nasi lemak' en sloten af met ABC, ook wel 'ais kacang' genoemd. Schaafijs (ais) met gekleurde siroop, pinda's (kacang), stukjes fruit, maïs en kokos. Niet verkeerd. Absoluut niet verkeerd.
En het was natuurlijk heel leuk om wat tips uit eerste hand te krijgen. Atikah is moslima en mijn 'grootste zorg' (relatief, heel relatief) was hoe het reizen straks tijdens de ramadan gaat. Ze wist me te overtuigen dat ik echt overdag nog wel kan eten bij de vele Chinese en Indiase restaurants en dat er 's avonds vaak speciale markten gehouden worden voor het breken van de vasten. Alleen rondom Idul Fitri (suikerfeest) adviseerde ze op voorhand ergens overnachtingen te reserveren. Ik neem haar vele tips zeker mee.

Voor wat frisse lucht ging ik zondag naar Lake Titiwangsa, een meer met een park eromheen en prachtig zicht over de skyline van de stad. Woensdag nam ik de trein naar de Batu Caves. Grotten met een groot standbeeld van een hindoegod, weetikhoeveel traptreden omhoog, stelende aapjes (en van die toeristen die ze eerst voeren en daarna jammeren dat de aap hun dure zonnebril heeft gejat *zucht*). 

Vandaag staat in het teken van 'missie postkantoor'. Ik heb twee grote enveloppen met souvenirs van de afgelopen 7 weken en een Lonely Planet van de Filipijnen, die moeten verscheept naar Nederland. Daarna komt 'missie busticket' op het grote Pudu Sentral busstation, morgen ga ik de stad verlaten voor de koele bergen.

Misschien moet ik vanavond toch nog even naar de Petronas Towers voor een foto in het donker. KL verlaten zonder de torens gezien te hebben is net als Parijs verlaten zonder de Eifeltoren te zien...


zaterdag 7 juni 2014

Hallo Kuala Lumpur!

Vrijdag moest ik achterlijk vroeg naar het vliegveld (ja, dat ticket had ik zelf geboekt, waar was ik met mijn hoofd?). Om 3.30h ging de wekker. In de woonkamer van het hostel zat nog iemand met kleine oogjes, we bleken dezelfde vlucht te hebben en deelden een taxi naar het vliegveld. Inchecken, exit stempels halen bij de douane, boarden en vliegen. Na een kleine vier uur landen we in Maleisië. De splinternieuwe KLIA2 terminal (sinds een maand open) is waanzinnig! Wat een bizar contrast met NAIA Terminal 4 vanwaar ik uit Manila vertrok, daar hing de boel soms letterlijk met plakband aan elkaar...

Luxe backpacken, ook wel 'flashpacken' genoemd. Dat is wat mij hier in Kuala Lumpur te doen staat. Ik reserveerde in het BackHome hostel, op hun website en in de zeer goede recensies kreeg ik een heel aardig beeld, ze staan doorlopend in de top 3 van beste hostels in Azië. Als het in het echt dan ook zo mooi is, ben ik het nachtelijke opstaan gauw vergeten.

Zes koloniale winkelpanden in Chinatown zijn verbouwd tot een eigentijds hostel rondom een binnentuin. Vanaf de straat ziet het er eenvoudig uit, maar eenmaal binnen kom je in een moderne betonnen en metalen wereld terecht die niet zou misstaan in een hip woontijdschrift.
In de dorms zijn alle afzonderlijke bedden niet alleen voorzien van leeslampjes en eigen stopcontacten, maar er is aan het hoofdeind een compleet 'personal compartment' gemaakt met kastje, planken en uitklapbaar tafeltje. Wow! Daarbij zijn er grote afsluitbare kasten, zodat de kamer niet vol ligt met rugzakken en andere troep. Op de gang zijn luxe rainshowers en ruime wastafels waar ik thuis alleen maar van kan dromen. Om het maar niet te hebben over de uitgebreide keuken en de fijne woonkamer.
Na zes weken van uitermate eenvoudige kamers met muren van palmblad, koud water en afwezige waterdruk is dit een erg welkome afwisseling. Deze afwisseling maakt het reizen leuk. Zes maanden koude douches en harde matrassen is niet leuk, althans, ik vind dat niet leuk. Deze luxere plekken maken dat het reizen van nieuwe energie wordt voorzien. (Ze hebben overigens ook gewone tweepersoons kamers met eigen sanitair, je hoeft geen backpacker te zijn om hier te slapen!) Voor plaatjes moeten jullie zelf maar kijken op http://www.backhome.com.my 

Goed, Maleisië dus. Wat ga ik doen? Ik heb een visumstempel voor 90 dagen, ik heb geen vlucht het land uit, ik heb nog 17 weken minus 8 weken Indonesië en 1 week Bangkok maakt maximaal 8 weken te besteden. Ik heb geen plannen, dat is het zo'n beetje. En aangezien de paden hier behoorlijk platgetreden zijn en de afstanden overzichtelijk, hoef ik vandaag ook nog niet na te denken over waar ik heen ga. Mocht er iemand meelezen die leuke tips heeft, dan hoor ik dat graag!

Eerst Kuala Lumpur maar eens ontdekken. Het voelt vooralsnog duizend keer fijner dan Manila. Ik heb vandaag de lightrail en monorail getest, te dure thee gedronken, voor bijna niks geluncht, een rood jurkje gekocht (dan kan het paarse ding met gat erin weg) en terug gewandeld naar huis. In deze stad kan ik wel wennen, zeker met een goed hostel als uitvalsbasis.